Saturday, 7 February 2009

Luisteren en vertrouwen

In ziekenhuizen is er nogal eens onenigheid tussen artsen en verplegend personeel. Ze hebben – vooral achter elkaars rug – geen hoge pet op van elkaar. Nog niet zo lang geleden sprak ik met een verpleegkundige uit Iran, die al zestien jaar in Nederland woont en werkt. Ik vroeg haar wat haar als belangrijkste verschil tussen de twee culturen opgevallen was. Ze antwoordde, dat in het Iranese ziekenhuis waar ze werkte de artsen de verpleegkundige medewerkers als hun ogen en oren beschouwden. Artsen vroegen verpleegkundigen voortdurend naar hun mening. Eigenlijk helemaal niet zo gek als je bedenkt dat de verpleegkundigen veel meer contact met patiënten hebben dan de artsen. Haar ervaring met Nederlandse artsen was tegengesteld. Die luisteren niet en hechten geen waarde aan de mening van verpleegkundigen. Eigen initiatieven worden niet op prijs gesteld. De KNMG, koepelorganisatie van artsen, onderschrijft het probleem. Uit onderzoek is gebleken dat Nederlandse artsen geen goede luisteraars zijn. Ze onderbreken hun patiënten gemiddeld na 16 seconden al voor de eerste keer. Verpleegkundigen en patiënten zitten in hetzelfde schuitje. Er wordt niet naar hen geluisterd. De meeste klachten in ziekenhuizen gaan over bejegening. Slechte communicatie. Ontbrekend vertrouwen. Onvoldoende gebruik maken van elkaars kwaliteiten, kennis en vaardigheden. Het meest fnuikend is misschien nog wel dat artsen onvoldoende aangesproken worden op hun gedrag. Middeleeuwse managementpraktijken zijn in ziekenhuizen nog aan de orde van de dag. Daardoor ontstaat betrokken apathie bij veel medewerkers. Die zijn zeer betrokken bij hun patiënten en steken hun middelvinger op naar de ziekenhuisorganisatie. Weinig wij-gevoel, te weinig trots of fierheid, zoals de Belgen zo mooi zeggen, zijn het gevolg. Veel negatieve energie. Maar gelukkig worden de meeste patiënten toch nog beter.

Friday, 6 February 2009

Het zal je maar gebeuren!

De EO – achterban staat op zijn achterste benen. Andries Knevel, BN-er en in 1979 in Utrecht afgestudeerd als theoloog, is van zijn geloof gevallen. Hij heeft zijn eigen kinderen en ook de gelovigen, de kijkers en luisteraars tijdenlang voorgehouden, dat god de wereld in zeven dagen ( inclusief rustdag ) geschapen heeft. Daar heeft hij spijt van. Aan het begin van het Darwin herdenkingsjaar 2009 tekent Knevel op de televisie een verklaring, waarin hij zich bekeert tot de evolutietheorie van Darwin, die in 1859 ‘On the Origin of Species’ publiceerde. Darwin veronderstelt dat het leven op aarde kon ontstaan in een , door veel zonlicht, verwarmde poel, waarin zich de vis ontwikkelde,waar wij uiteindelijk van afstammen. Er spelen twee dingen door elkaar. Het ontstaan van de aarde en het ontstaan van leven op aarde. De gelovigen ( creationisten ) gaan ervan uit dat god zowel de aarde als het leven daarop geschapen heeft. De Darwinisten geloven in de evolutietheorie, maar weten nog geen antwoord op de vraag hoe de aarde ontstaan is. Geloven speelt daarom in beide benaderingen een rol. Het is maar wat je wil geloven, wat je waarschijnlijker acht. Verder dan een veronderstelde oerknal zijn we met betrekking tot het ontstaan van de aarde ook nog niet. In de loop van de geschiedenis, zoveel is wel duidelijk, hebben de gelovigen al een aantal bittere pillen moeten slikken. Toenemende kennis leidt tot minder geloof. Als we alles weten hoeven we niets meer te geloven. Zullen we ooit alles weten? Of blijft er altijd wel iets te geloven over? In ieder geval voorlopig wel en dus kan Andries Knevel zeggen, dat je best orthodox christen kunt zijn en tegelijkertijd de evolutietheorie waarschijnlijker vinden. Ik vind, dat de twijfel hem siert. Die bewijst dat hij bereid is na te blijven denken en zich niet wil verliezen in dogmatisme. Soms vraag ik me wel eens af, waar al dat nadenken over begin en einde toe dient. Kunnen wij – omdat we zelf eindig zijn – niet oneindig denken? Accepteren dat iets er altijd al was en nooit zal eindigen en zich slechts in verschillende vormen voordoet. Dat wij zelf niet meer zijn, dan een nietige toevalligheid in die eeuwigheid. We zijn toevallig, door voor ons gunstige omstandigheden, ontstaan en zullen wellicht ooit, door welke oorzaak in of buiten onszelf gelegen, weer vergaan.

Op weg naar een nieuwe liefde!

Vandaag hebben de fans van Fortuna Sittard en Roda JC een condoleanceregister geopend op het wereldwijde web. Volgens de krant hebben al honderden mensen een reactie geplaatst op het ‘overlijden’ van beide clubs. In de auto dacht ik toevallig vandaag, dat de reactie van heel veel mensen te vergelijken valt met het verlies van een geliefde die - op niet natuurlijke wijze - om het leven gebracht is. In een eerste opwelling hebben veel mensen dan de neiging om de dader in hun vingers te willen krijgen en die dan zelf een kopje kleiner te maken. Tegen- gedrag wordt nu eenmaal heel snel en natuurlijk met tegen- gedrag beantwoord. Wie een klap krijgt zegt niet gauw dank-u-wel. Het lijkt alsof de grond onder je voeten weggeslagen is en er geen toekomst meer bestaat zonder de verloren liefde. Er is tijd nodig om het verlies te verwerken en tot de ontdekking te komen, dat het leven verder gaat en dat datzelfde leven de mogelijkheid voor een nieuwe liefde in zich bergt, zonder dat je de oude hoeft te vergeten. Iedereen heeft dierbare herinneringen. Een mooie nieuwe club is een mogelijkheid voor een mooie nieuwe liefde. Maar eerst het verlies verwerken. Emoties uiten is in dat proces normaal.

Wednesday, 4 February 2009

Op weg naar een nieuwe identiteit!

Laten we een nieuwe vijand zoeken. Gezamenlijke vijanden verenigen het volk. Kunnen we een gezamenlijke vijand buiten Limburg vinden? PSV of misschien beter iets verder weg Ajax. Of AZ. Het beste is misschien wel FC Groningen. Daar wil toch niemand heen om te vechten. Limburg bestaat niet. Die gedachte kwam bij me op toen ik alle commentaren op de voorgenomen fusie ( of is het toch een overname ) van Fortuna Sittard en Roda JC las. De nuance in de commentaren viel me mee. Voetbal is emotie, is identificatie, is gezonde rivaliteit. Maar het is ook verstand en verantwoordelijkheid. Dat is een moeilijke combinatie. Je moet een groot mens zijn om tegelijkertijd met je hoofd in de wolken en met beide voeten op de grond te staan. Liever failliet dan fuseren. Mijn hart wordt uit mijn borst gerukt. De club is van de supporters en niet van de bobo’s. Leedvermaak in Maastricht en Venlo. Berusting in Sittard. Woede in Kerkrade. Emotie en identificatie. Is dit nieuws? 960.000 Limburgers interesseert het helemaal niets. Op naar een nieuwe toekomst. Verstand. Relativering. Verantwoordelijkheid. Veel commentatoren hebben geen identiteit. Ze verschuilen zich achter veel- of nietszeggende pseudoniemen. Alsof ze schrikken van hun eigen taalgebruik, alsof ze weten dat ze fatsoensgrenzen overschrijden. Maar ja, het lucht zo lekker op. Anoniem worden in de massa, die zich collectief misdraagt, geeft een gevoel van veiligheid en rechtvaardiging.
Bijna elke week luister ik wel een keer naar een Rowwen Hèze. Soms is het beter iets moois te verliezen, dan dat je het nooit hebt gehad, zingen ze. En heel Limburg brult mee. Van noord tot zuid. Het is een kwestie van geduld, die Limburgse identiteit.

Tuesday, 3 February 2009

De schoen als politiek projectiel

Sinds Nikita Chroesjtsjov is de schoen een belangrijk politiek wapen. Hij sloeg er op 12 oktober 1960 mee op tafel in een vergadering van de Verenigde Naties. De interpretaties over de aanleiding tot van deze historische gebeurtenis verschillen. De schoen raakte vervolgens enigszins op de achtergrond. Maar sinds 14 december 2008 beleeft hij als politiek projectiel een revival. In het kantoor van de eerste minister van Irak, Noeri al-Maliki, kreeg ex-president George W. Bush er maar liefst twee naar zijn hoofd. Van een journalist. Ze misten allebei doel, maar de boodschap was duidelijk. Tenminste voor de Arabische wereld, want daar is het gooien met schoenen een teken van minachting. In het westen werd er min of meer besmuikt om gelachen. Vandaag vloog in de universiteit van Cambridge een schoen in de richting van de Chinese premier Wen Jiabao. Een sportschoen deze keer. Van een student. Ook die miste zijn doel. Het waren duidelijk geen honkballers, die werpers. Nee. Politicus, journalist, student. Het zijn niet de minsten die met schoenen slaan of gooien om hun argumenten kracht bij te zetten. Arme mensen gooien niet met schoenen. Die zijn veel te blij dat ze een paar aan hun voeten hebben. Ze zouden wel gek zijn om die van zich te werpen. Het daderprofiel van de schoenenwerper wijst dus in de richting van de categorie beter gesitueerden. Je moet een beetje doorgeleerd hebben om tot zo’n daad te komen. Bij Chroesjtsjov was niet helemaal duidelijk of hij nu beledigd was of alleen maar de aandacht van de voorzitter wilde trekken omdat hij zich genegeerd voelde. De journalist en de student waren duidelijk boos. Journalisten worden geacht zo objectief als maar enigszins mogelijk verslag te doen van de feiten. Dat lukt ze tegenwoordig niet allemaal meer, want soms hebben ze liever een mening en zoeken naar bevestiging daarvan. Bush is een hond en honden krijgen nu eenmaal schoenen naar hun kop. Van studenten zou je mogen verwachten dat ze hun verstand gebruiken. Dat lukt kennelijk ook al niet meer bij iedere bolleboos. Stoer een positie innemen, zonder gehinderd te worden door al te veel feitenkennis, doet het bij menigeen goed. Geen plaats meer voor twijfel. Die Wen Jiabao is een dictator. Dat de Chinese regering er de afgelopen decennia in geslaagd is om zo’n 400 miljoen landgenoten aan de armoede te onttrekken en er daarmee onder meer voor te zorgen dat ze goede schoenen hebben is van geen belang. Dat de Chinese regering er – in tegenstelling tot de Russische in 1989 – voor kiest om eerst de zaak economisch op orde te brengen en pas daarna te democratiseren hoef je niet in je overwegingen mee te nemen. Want wij westerlingen zijn de kampioenen van de democratie en de mensenrechten. Of die mensen sterven van de honger vinden wij niet zo van belang. Als ze maar mogen stemmen en zeggen wat ze willen. Of dat een hele natie ontwricht en van de koers af brengt, waar wij ons nauwelijks in verdiept hebben, is van minder importantie. Ik blijf de dialoog, die begrip als uitgangspunt heeft en pas daarna een poging doet om begrip te ontvangen een beter instrument vinden dan het werpen met wat dan ook. Werpen werpt ons alleen maar verder terug.

Saturday, 31 January 2009

Dichter des vaderlands

We hebben een nieuwe dichter des vaderlands. De vierde. Het is Ramsey Nasr. Een Nederlandse Palestijn. Het zou kunnen, dat zijn verkeizing iets te maken heeft met de problemen in het Midden-Oosten en met name in Gaza. Ik weet niet of het zo is, maar de gedachte flitste ineens door mijn hoofd. Nasr was eerder al stadsdichter van Antwerpen. In de NRC stonden gedichten van alle genomineerden. En dat van de winnaar verdient natuurlijk een plaats hier. Geniet ervan! Overigens deed de titel mij onmiddelijk aan Godfried Bomans denken. "Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen."

IK WOU DAT IK TWEE BURGERS WAS (DAN KON IK SAMENLEVEN)

en dit is mijn gedicht, komt u binnen
let niet op de galm, wees niet bang
laat ons beginnen in leegte
welkom in mijn krater van licht
ooit kwamen wij samen, u en ik, weet u nog
koel leefden wij op in de glans van een roemer
onze schaduwen als helder kristal
onze roem even terloops als de lichtval op de brief van een windstille vrouw
goudbestoft waren wij bleek, bijna doorschijnend van liefde waren wij
wij loken de ogen voor de ander
en wij hielden van boetedoen
vroeg iemand hoe het met ons ging
dan zeiden we naar waarheid
we schamen ons kapot, meneer
wij waren er heilig van overtuigd
dat wij ooit onze bloedeigen heer zelf met gesels ineengeslagen
en op eigen houtje gekruisigd hadden
de apocalyps stond bij voorbaat als straf op ons netvlies gebrand
en wat is er gebeurd in die paar eeuwen dat wij even de andere kant opkeken?
ik wilde u graag een vaderland tonen
vormvast, zuiver en met volgehouden metaforen
een gedicht kneden over ons, maar toen ik begon
moest ik toezien hoe hier het ene volk het andere spontaan begon te vagen
als twee onverenigbare republieken
hoe kwamen wij zo snel van nietig tot lomp van weerschijn tot alomaanwezige schreeuwhomp?hoe kon uit zuinige rupsen dit hummervolk opstaan?
ze zeggen: omdat god verdween - onze vader
had besloten nog wat onzichtbaarder te worden
dan hij al was, kijken of dat kon, nee dat kon niet
weg was god en in dit stilleven met grote afwezige
stonden nu de verbijsterde nederlanden
hun monden nog vol van vergankelijkheid
vol wuftheid en alom gewaardeerd doodsverlangen
al hun ijdelheid was ijdelheid gebleken
al hun schijn, hun gekoesterde slijk, heel dit spiegelpaleis dat men ooit voor oneindigheid hield
werd nu voorgoed onbewoonbaar verklaard
je hoorde de rijp op hun zielen kraken
en uit dat gat – daar werden wij geboren
kevin, ramsey, dunya, dagmar, roman en charity
als bij toverslag kwamen wij tevoorschijn
bungeejumpend, met oranje opblaashamers
gillend en krijsend en antidepressief
of zwijgend voor een breezer gegangbangd
welkom in nederland vakantieland
ja dat krijg je ervan, dit volk houdt men over
wanneer je de schuld uit ons lijf ramt
we vullen de holte met glimmende leegte
tussen psalmenzangers en pillenslikkers
tussen het goud en het blingbling
vond ik een land dat werd opgeheven
dit land is de wraak van de voorvaderen
als een beeldenstorm razen zij in ons voort
maar het bestaat – zoals ook het verband
tussen kinderstring en boerka bestaat
tussen karnemelk en comazuipen: hol en bol
schuiven wij onze eeuwen ineen
elkaar opheffen is onze kracht
wij streven van nature naar leegte
zoals een cycloop naar diepte snakt
ziet u, een vaderland wilde ik u tonen
niet deze woestijn van oneindige vrijheid
maar hier wonen wij, en hoe mooi zou het zijn
als iemand ooit als een tweedehands godheid rijm voor rijm een land zou bouwen
voor dit volk dat zijn volk mist
hier, in de open kuil van onze ziel
juist hier zou iets groots kunnen worden verricht
laat ons beginnen met een gedicht

Ramsey Nasr (1974). Laatste bundel: Onze-lieve-vrouwe-zeppelin: Antwerpse gedichten (Bezige Bij, 2006).

Friday, 30 January 2009

Hoed u voor de preventiestaat !(2)

Als de problemen in onze wereld in toenemende mate van religieuze aard zijn, waarom overwegen we dan niet om alle religies af te schaffen? De atheïstische Beweging van F.C. van Dongen uit Rijswijk krijgt niet echt een voet aan de grond. Als er teveel(?) doden vallen in het verkeer komen er beperkende maatregelen. We mogen niet meer zo hard rijden als we willen. We moeten een gordel om of een helm op. We moeten halt houden voor een rood licht. We moeten rechts voorrang geven. Als er teveel (?) mensen sterven door longkanker verbieden we het roken. Hoed u voor de preventiestaat! Hij knuffelt u dood !
We proberen mensen die ziek geworden zijn te helpen. Dat doen we zo goed en zo kwaad als we kunnen. Daarbij maken we fouten. Dat mag niet meer. De perfectionisten zitten ons op de hielen. Ze staan aan wal en maken geen fouten. Dat maakt ons angstig en bang. We gaan ons indekken. We vegen onze missers onder het tapijt. Maar de perfecten eisen openheid en transparantie. Daarbij vergeten ze om een sfeer te creëren, waarin het veilig is om open en eerlijk te zijn. Een cultuur, waarin fouten maken mag. Als je er maar van leert. Ze hebben het alleen nog maar over schuld. De schuldige moet gevonden worden. Als we die hebben wordt ie onthoofd en doen we alsof daarmee het probleem is opgelost. Alsof die fouten opzettelijk gemaakt worden. Zouden er nog landen zijn waar de mensen gewoon dankbaar zijn met het feit dat we ze proberen te helpen?
Ik herinner me dat staatssecretaris Dijksma werd geïnterviewd over de buitenschoolse opvang. Er waren twintigduizend plaatsen te weinig. De belangrijkste vraag van de verslaggever was: ‘Moeten we niet zeggen dat u eigenlijk gefaald heeft?’
Wij laten het allemaal gebeuren. We staan erbij en kijken toe. Wie zijn wij? Wij zijn het volk. Wij hebben de macht. Wij mogen eens in de zoveel jaar stemmen en laten het dan afweten. Een handvol beroepsvergaderaars bepaalt daarna waar we ons aan te houden hebben. Die leven al lang niet meer in de echte wereld. Ze verzinnen allerlei regels waar niemand om gevraagd heeft, want ze moeten toch wat doen voor het geld, dat ze van onze belastingcenten krijgen. Maar wie stopt ze? Wie houdt ze tegen? Wie heeft de macht om dat te doen? De wereld is niet gevaarlijk door hen die kwaad doen, maar door hen die toekijken en het laten gebeuren, zei Einstein al. We leren niet, we vertrekken. Nederland is een emigratieland geworden. In Maastricht wordt gesproken over de scholierenvlucht naar Belgie. Het is tijd voor de tegenbeweging. In Obama's boek 'de herovering van de Amerikaanse droom' las ik dat de nieuwe president waarde hecht aan goede manieren. "Elke keer als ik een kind ontmoet dat duidelijk spreekt en me aankijkt en 'ja meneer' zegt en 'dank u wel' en 'alstublieft' en 'pardon' , voel ik me optimistischer over dit land. Ik denk dat ik niet de enige ben. Ik kan goede manieren niet in wetgeving vatten. Maar ik kan ze wel aanmoedigen als ik met een groep jonge mensen te maken heb." In Belgie leren kinderen dat kennelijk nog thuis en op school.