Showing posts with label NRC. Show all posts
Showing posts with label NRC. Show all posts

Saturday, 7 April 2012

Objectieve en subjectieve volmaaktheid

Gisteren stonden op de opiniepagina van de NRC vier columns bij het afscheid van J.L. Heldring. Een daarvan schreef Bas Heijne. In zijn bijdrage staat de zin: “Wie niet in volmaaktheid gelooft, beziet de dwalingen van de wereld met een vergevingsgezinde blik”. Bestaat volmaaktheid echt of is ze slechts in onze geest, als ideaaltypering van iets of iemand aanwezig ? Als het altijd beter kan betekent dat tegelijkertijd dat het nooit geheel volmaakt is. Volmaaktheid is een filosofisch of theologisch concept, waarin iets of iemand een bepaalde eigenschap of alle eigenschappen in de hoogste mate bezit. Is een stoel volmaakt als je erop kunt zitten? Wat zouden wij nog van die stoel kunnen zeggen als hij volmaakt is? Misschien kunnen we er wel op zitten, maar zit hij desondanks niet lekker. Dan is de volmaakte stoel voor iemand met rugklachten een andere dan voor iemand die van dat lichaamsdeel geen hinder ondervindt. Volmaaktheid wordt zo tot een subjectief begrip. Tegelijkertijd blijkt de stoel meer eigenschappen te hebben dan het bieden van een mogelijkheid om erop te zitten. Hij kan ook nog mooi zijn of comfortabel. Objectief is de stoel volmaakt als je erop kunt zitten. Subjectief is de stoel volmaakt als we dat erop zitten ook nog als geriefelijk ervaren en hem ook nog mooi vinden. Als er mensen zijn die niet in volmaaktheid geloven , zijn er dan ook mensen die daarin wel geloven? Zijn mensen die er wel in geloven dan automatisch minder of niet geneigd de wereld met een vergevingsgezinde blik te bezien? Wie niet in volmaaktheid gelooft is wellicht eerder geneigd de wereld te accepteren zoals zij zich aan ons voordoet . Wie er wel in gelooft probeert de wereld misschien steeds weer te veranderen, beter maken, meer op het ideaalbeeld te laten lijken. Ondanks het feit dat we beweren dat niemand volmaakt is, zeggen we van sommige mensen wel dat ze volmaakt eerlijk of volmaakt integer zijn. Ze bezitten dan kennelijk één eigenschap in de hoogste mate. Hoe kunnen we ooit helemaal zeker weten of iemand volmaakt eerlijk of integer is? Bestaat er bij mensen ook een objectieve en een subjectieve volmaaktheid, net als bij de stoel? Ik zou kunnen beweren dat een mens objectief volmaakt is als alles erop en eraan zit en alle organen en systemen functioneren zoals het moet. Soms is het mogelijk iets te repareren of te vervangen en soms kan dat niet en moet de mens objectief onvolmaakt verder door het leven. Wanneer is de mens subjectief volmaakt? Gelovige mensen geloven er niet in. Wie zonder zonde is werpe al eeuwenlang de eerste steen. En het wordt kennelijk niet beter. Desondanks lijken met name politici en dienaren van God op aarde de schijn van volmaaktheid op te moeten houden. Zij lijken alle eigenschappen tot in de hoogste mate te moeten bezitten. Waar blijkt dat dit niet zo is, omdat zij ook slechts subjectief onvolmaakte mensen zijn en niet alle eigenschappen tot in de hoogste mate kunnen bezitten, leidt dit veelal tot de nodige commotie. Wordt die veroorzaakt door het feit dat we om de een of andere reden aannemen dat zij volmaakter dienen te zijn dan we zelf kunnen zijn? Of wellicht door het feit dat we allemaal eigenlijk wel in volmaaktheid geloven en van hen verwachten dat ze voorop gaan in de strijd om een betere wereld?

Wednesday, 4 April 2012

J.L. Heldring stopt

Even stilstaan vandaag bij het feit dat Jérôme Louis Heldring , bijna 95 jaar oud, aangekondigd heeft te gaan stoppen met zijn column in de NRC. Zijn laatste column verschijnt aanstaande donderdag en zaterdag zal de NRC uitgebreid aandacht besteden aan het vertrek van Heldring. Dat worden dus bewaarexemplaren. Sinds januari 1960 neemt Heldring op eigenzinnige wijze de rubriek Dezer Dagen voor zijn rekening. Een aantal uitgangspunten kleuren zijn bijdragen. Hij probeerde vooral om de Nederlanders te betrekken bij de wereld om hen heen, maar had geen illusies over de effectiviteit van zijn columns. Naties willen zich, net als mensen, alleen maar van elkaar onderscheiden en dat leidt tot navelstaren, agressie en oorlog. Deze onderscheidingsdrift maakt volgens hem ook de eenwording van Europa tot een lastig, zo niet onmogelijk verhaal. Columnisten zijn er niet om oplossingen aan te dragen, maar juist om vragen te stellen en daardoor wellicht het nadenken over aangesneden kwesties te bevorderen. Geen uitroeptekens, maar vraagtekens. Het is moeilijk om jarenlang twee keer per week origineel te zijn. Herhalingen zijn niet te voorkomen. Heldring heeft zich jaren geleden al afgevraagd wanneer hij te oud zou zijn geworden om zelf te beoordelen of hij niet te oud was om zijn columns te blijven schrijven. Dat moment heeft hij nooit bereikt, want hij heeft nu zelf besloten ermee te stoppen. Dat zal menig, vooral links, jongmens plezieren, want zijn invloed, vooral op beleidsmakers, was hen al meer dan vijfentwintig jaar een doorn in het oog. Wat wilde deze rechtse ouwe lul eigenlijk nog? De verloedering van de taal aan de kaak stellen bijvoorbeeld. Dat deed hij jarenlang, maar uiteindelijk is hij daar ook maar mee gestopt. Hij zou zich gruwelijk ergeren aan televisiecommentatoren die de plek op de zere vinger menen te moeten leggen of aan het feit dat bij 1 tegen 100, waar Heldring waarschijnlijk nooit naar gekeken heeft, blijkt dat zo’n 20% van de Nederlandse bevolking niet meer blijkt te weten wat de uitdrukking ‘op de koffie komen’ betekent. Een van de lezers van NRC gaf als commentaar op de website dat de bezonken stijl van Heldring ook niet zo goed meer paste in de nieuwe NRC - stijl van onbekommerde rakkers. De vraag is of dat een compliment is voor de krant. Voor de hoofdredacteur van NRC kwam de aankondiging van Heldring toch nog als een verrassing. Waar Heldring zelf van mening is dat hij niet moet vervallen in een herhaling van de naar zijn mening uitgekauwde thema’s , had hij in de ogen van de hoofdredacteur nog wel even door kunnen gaan. Maar, zo zegt Heldring zelf, de inspiratie ontbreekt hem. Een bekend gevoel voor menig schrijver. Voor wie doe je het eigenlijk? Een journalistiek monument verdwijnt en dat is altijd jammer.

Saturday, 3 December 2011

Marja’s punt

Vandaag had ik de keuze uit twee open brieven. Een van de Amerikaanse ondernemer Leon G. Cooperman, eigenaar van Omega Advisors Inc. , gericht aan Obama. Boodschap: niet langer polariseren, maar polderen. En een van vijf ( Philips, Unilever, DSM, Shell en Akzo Nobel ) Nederlandse ondernemers aan het kabinet Rutte. Boodschap: niet langer polderen, maar daadkrachtig doorpakken in Europees verband. De verleiding was groot, maar er was nog een derde soort open brief. Die van onze Minister van Onderwijs, Marja van Bijsterveldt - Vliegenthart, bij de espresso in de NRC gericht aan de ouders van Nederland. Nu heb ik zelf een hekel aan brieven schrijven. Ik vind het in het algemeen een teken aan de wand. Ze praten niet meer met elkaar, denk ik dan, ze gaan elkaar open brieven schrijven. Maar voor Marja is het natuurlijk moeilijk om met alle ouders van Nederland in gesprek te gaan. Cooperman en de bende van vijf hebben het makkelijker. Die kunnen gewoon de telefoon pakken en met hun regeringsleider praten. Dus duik ik even ietsje dieper in de open brief van Van Bijsterveldt in de vorm van een babbel met Ernest Van der Kwast bij een ochtendespresso.

Ouders moeten meer tijd maken voor hun kinderen, vindt de bewindsvrouwe van de familiepartij CDA. Ze moeten voorlezen, huiswerk overhoren en praten over normen en waarden. En als ze daar geen tijd voor hebben, dan maken ze die maar. Minder werken, minder in de file staan, minder zelf sporten en minder ‘Linda’ lezen. Zelf doet Marja dat overigens niet, want ze heeft en had het te druk om op te voeden en dus deed Qing het werk zonder dat ze de ‘r’ kon uitspreken, nadat eerder Manoela uit Mexico het veld had moeten ruimen omdat haar belangstelling vooral bleek uit te gaan naar pa Bijsterveldt. Dat is een zwak punt in het espressopraatje van Marja, ik geef het toe.

Maar nog zwakker zijn de reacties van in de wiek geschoten mamma’s en pappa’s. De inkt van de krant was nog niet droog of het ganse volk viel over haar heen. Waar bemoeit ze zich mee? Dat ze naar zichzelf kijkt. Ontluizen is ze vergeten. Luizenmoeders zijn wij zeker? Heeft ze wel tijd om bij Ramses op het podium te staan? De GGD staakt de seksuele voorlichting op scholen, misschien kan Marja een paar voorleesmoeders inzetten? Vooral de moeders zijn gepikeerd. De vaders beseffen vaak nog niet eens dat zij ook aangesproken worden. Die voelen zich nog niet voor de helft ouder en lachen een beetje dommig voor zich uit. Slechts een enkeling heeft waargenomen dat de school inderdaad een opbergplek geworden is. Net als de sportvereniging. Parkeer de blagen daar maar. Ze knappen het wel op. De tijd dat ouders hun kinderen zelf seksueel voorlichten ligt een halve eeuw achter ons. En als zo’n leraar dan de door pseudo - ouders aan hem ongevraagd gedelegeerde taak echt serieus neemt wordt hij door de politie opgepakt of kan een pak rammel van een boze vader krijgen. Dat zijn de voorbeelden die de ouders anno 2011 geven. Marja heeft dus wel een punt!