Showing posts with label financiele crisis. Show all posts
Showing posts with label financiele crisis. Show all posts

Thursday, 1 December 2011

Het korte geheugen van Europa

We schrijven juli 1997. Oost - Azië wordt geteisterd door een financiële crisis. Vooral Thailand en Indonesië worden hard getroffen. De opkomende economieën blijken nog fragiel. Europa is in geen velden of wegen te bekennen, in tegenstelling tot enkele jaren daarvoor toen er overeenkomsten werden afgesloten om mee te kunnen liften op het economisch succes. De Verenigde Staten kijken vooral naar hun eigen belang. Greenspan, Rubin en Summers trekken aan de touwtjes van de internationale financiële markten. Ze plegen een paar telefoontjes en zorgen ervoor dat Zuid-Korea op de been gehouden wordt. De reactie van het Internationale Monetaire Fonds (IMF) op de crisis in het Verre Oosten wordt gedicteerd door de belangen van het Westen en niet door de behoeften van Oost - Azië. Daardoor heeft het IMF haar legitimiteit en prestige in Azië verspeeld. De Aziaten vertrouwen het niet meer en potten hun reserves zelf op, te meer omdat ze in het IMF niets te vertellen hebben. Stilzwijgende afspraak is immers dat een Europeaan het IMF leidt en een Amerikaan de Wereldbank. De meerderheid van de wereldbevolking wordt op die manier keurig buitenspel gezet als het om invloed gaat. Westerlingen blijken mooi weer vrienden. In de achterkamertjes en soms openlijk zijn ze neerbuigend en minachtend als het over het Verre Oosten gaat. Bij de eerste tekenen van problemen hebben ze in 1997 Oost - Azië gedumpt. Alleen de Chinezen doen wat gedaan moet worden. Ze steunen Thailand en Indonesië met elk een biljoen dollar. Verder devalueren ze hun munt niet om hun eigen export te bevorderen, verdedigen dus niet hun eigen belang , maar versterken juist het economisch groeipotentieel van de probleemlanden.

We schrijven 30 november 2011. Ik hoor Jan Kees de Jager zeggen dat Europa de crisis niet alleen kan oplossen. De Europeanen zijn niet in staat om het Europees Stabiliteit- en Financieringsfonds (EFSF) voldoende te voeden. Of de sterke economieën in de wereld maar even zo aardig willen zijn om daar 500 miljard tot een biljoen in te storten. Zij hebben er toch ook belang bij dat er een einde komt aan het gedonder in Europa! Hoe kort van memorie kan een politicus zijn?

Er is niet erg veel fantasie nodig om te bedenken wat Hu Jintao en Wen Jiabao gaan doen. De Chinezen hebben – in tegenstelling tot het Westen - al eerder bewezen oog te hebben voor grotere belangen dan het pure eigenbelang. Ze hebben geen belang bij het instorten van Europa en zullen te hulp schieten. Maar achterlijk zijn ze natuurlijk ook niet. Er liggen nog wel enkele openstaande rekeningen. De dagen van mevrouw Lagarde bij het IMF zijn geteld, terwijl ze er net zit. Europa zal niet langer 27 stemmen hebben in de VN, maar net als China één. In de Veiligheidsraad zal niet langer de dienst uitgemaakt worden door de overwinnaars van 1945, maar door de vijf grootmachten van nu, te weten China, India, Europa, Rusland en de USA, waarbij de Chinezen ongetwijfeld ook aandacht zullen vragen voor de Afrikaanse Staten en Zuid-Amerika. Ook de Wereldbank zal de Chinezen meer moeten bieden dan de positie van hoofd - econoom. Een en ander zal niet van vandaag op morgen gaan. Maar het water staat Europa tot aan de lippen. Merkozy hebben zich tot nu toe niet laten opjagen. Wat zich gaat wreken is dat het Westen en met name Europa de opkomende economieën te lang buiten de deur van de machtscentra gehouden heeft en te weinig vaart gemaakt heeft met de vorming van een politieke unie.

Friday, 5 August 2011

Het spook van het kapitaal ( vrij naar Joseph Vogl: Das Gespenst des Kapitals, Diaphanes Verlag, Zürich 2010)

Inmiddels staat wel vast dat er in toenemende mate aan getwijfeld moet worden, dat economische groei leidt tot (volledige) werkgelegenheid, dat privatisering en marktwerking leiden tot hogere kwaliteit, dat er in de markt sprake is van faire concurrentie en dat de vrije mededinging leidt tot een rechtvaardige verdeling van welvaart over de wereld. De ‘onzichtbare hand’ van Adam Smith is een beverig, zo niet verlamd handje geworden dat in het niets grijpt. De virtuele economie is ongrijpbaar geworden. De allesbepalende handel is niet meer de handel in grijpbare, tastbare producten , maar de handel van de financiële markten in risico’s, verwachtingen en tijd.
De politiek heeft in de zeventiger jaren van de vorige eeuw deze markten geïnstalleerd en in de tachtiger jaren begonnen ze te functioneren. Dat was de tijd van Reagan en Thatcher. In 1973 hield het akkoord van Bretton Woods ( 1944 ) op te werken en werd de goudstandaard losgelaten, omdat de Amerikanen maar dollars bleven drukken om de oorlog in Vietnam te financieren. De overige 43 partners van het akkoord verloren hun vertrouwen in de ( dekking van de ) dollar. In plaats van een internationaal kader kwamen er nationale kaders voor het functioneren van de vrije markt. De zogenaamde vrije markten hebben steeds een sterke staat nodig gehad die de ordeningskaders vaststelde.
En nu, dertig jaar later, duikelen we van de ene crisis in de andere. De markten zijn in toenemende mate globaal geworden en er is geen globaal ordeningskader meer. Volgens Joseph Vogl is de vrije markt een logisch gat geworden met de redelijkheid van een weddenschap. Niet voor niets riepen Sarkozy en Brown om een Bretton Woods II.
In feite verhandelen de vrije financiële markten tijd. Iemand die een product niet heeft, niet verwacht het ooit te zullen krijgen en het eigenlijk ook niet hebben wil verkoopt dit product aan iemand die niet verwacht het te zullen krijgen , het evenmin wil hebben en het ook niet zal krijgen. Beslissend is de verwachting. Zal de prijs stijgen of dalen? Wat verwacht mijn concurrent? Wat denkt mijn concurrent, dat ik verwacht? Vandaag eten we de toekomst op die morgen of overmorgen nog werkelijkheid moet worden. Hebzucht en risico, hoop en vrees bepalen de markt en de handelaren brengen ons, ondersteund door ingewikkelde modellen die de hele operatie een zweem van rationaliteit geven, de heilsboodschap van de vrije markt. De verplichte, de verwachte, de gewenste economische groei zal alles regelen. Maar ooit komt de dag dat de rekeningen betaald moeten worden. Al is het maar de rekening van het spaargeld van gewone mensen. De dag nadat ze het naar de bank brengen is het al weg. Het wordt uitgeleend. Het wordt geïnvesteerd. Voor niets zijn politici en bankiers dan ook zo bang als voor een massale run van de spaarders op de banken. Om dat te voorkomen spelden ze de spaarders zelfs ( nuttige ) leugens op de mouw in de trant van: ‘uw spaargeld wordt door de staat gegarandeerd.’ Wij, gewone mensen, hebben immers behoefte aan stabiliteit en betrouwbaarheid. Een dergelijke garantie is in de praktijk van nul en generlei waarde. Probeer het maar eens! De regering heeft onze spaartegoeden nodig om de eigen tekorten te financieren. En verder worden wij het slachtoffer van de weddenschappen die op de financiële markten afgesloten worden. Het is nog maar de vraag of over dertig jaar pensioenen, waarvoor mensen betaald hebben, ooit tot uitkering zullen kunnen komen.
Als wij onze wereld leefbaarder willen maken voor allen, dan is de uitdaging het vinden van een alternatief voor de vrije markteconomie, die de hongersnood in de hoorn van Afrika in belangrijke mate mede veroorzaakt, terwijl er genoeg voedsel is om het dubbele aantal wereldburgers van dit moment van eten te voorzien. Dan zullen we op moeten houden met speculeren en graaien. Dan zal er een eind gemaakt moeten worden aan corruptie en zelfverrijking. Dan zal de vrije markt hier en daar begrensd moeten worden op globaal niveau.