Since almost four years now I have been living in The Philippines. 'It's more fun in the Philippines' says the much used tourism slogan. In many regards that is absolutely true. Daily reality has more nuances. I changed the title of my blog from 'Thoughts and Musings' into 'Mail from Manila'. From now on I will try to shed some light on situations and events here in the Philippines and -whenever I can't help myself- in other places on our globe.
Showing posts with label democratische politiek. Show all posts
Showing posts with label democratische politiek. Show all posts
Tuesday, 10 April 2012
Nog een keer Roermond
De kop van de rubriek ‘De Peilstok’ in Dagblad De Limburger van afgelopen zaterdag luidde: ‘Democratisch nog niet rechtvaardig’. Ik miste meteen het woordje ‘is’. ‘Wat vinden inwoners van Roermond?’ Hier was het woordje ‘de’ bewust en gelukkig maar weggelaten. Aan het woord kwamen namelijk vier van de 56.000 inwoners. Een welzijnswerkster, een programmamaker, een justitie leerkracht en een kunstenaar. Doorsnee van de bevolking zullen we maar zeggen. Wie nu op grond van de kop verwacht zou hebben dat een van die vier iets over democratisch hoeft niet rechtvaardig te zijn gezegd zou hebben kwam bedrogen uit. Een van de vier, de programmamaker, zei iets over democratie. ‘Als de (gemeente)raad en daarmee blijkbaar een groot deel van de bevolking vindt dat Van Rey moet blijven zitten, dan is dat zo’. Over de vraag of dat dan ook rechtvaardig is, sprak geen van de vier. Typisch geval van een vlag die de lading niet dekt of negatiever uitgedrukt stemmingmakerij. Deze krant , zoals ze zichzelf altijd zo beeldend beschrijft als deze krant een onthulling meent te hebben, vindt kennelijk dat een democratisch genomen besluit nog niet rechtvaardig hoeft te zijn. En daarin heeft ze gelijk. Een democratisch genomen besluit om alle buitenlanders het land uit te gooien is bijvoorbeeld niet rechtvaardig. Democratie is derhalve niet per definitie rechtvaardig. Maar inherent aan dat systeem is dat de meerderheid beslist. In Roermond is dat de meerderheid van de helft van de kiesgerechtigde bevolking. Van de 44.000 opgeroepen kiezers, kwamen in Roermond bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2010 namelijk 50,94% naar de stembus, zeg maar een dikke 22.000 personen. De coalitie heeft 21 zetels in de gemeenteraad. Met een kiesdeler van 722 zou je globaal kunnen zeggen dat ze een dikke 15.000 inwoners van de stad vertegenwoordigt. Iets meer dan een derde van de stemgerechtigden dus. Van Zo werkt onze democratie inmiddels. Niet de meerderheid, maar de meerderheid van de helft beslist. Misschien is dat wel niet echt democratisch en toch rechtvaardig. Want dan had die andere helft ook maar moeten gaan stemmen. Ze hadden de gelegenheid maar hebben er geen gebruik van gemaakt, omdat de democratie hen kennelijk niet meer interesseert. Elders in de wereld vechten mensen ervoor totdat ze erbij neervallen, maar dat stadium zijn wij natuurlijk al lang gepasseerd. Wij zijn de democratie voorbij. In het artikel stond niet of de vier inwoners die aan het woord kwamen in 2010 hun stem uitgebracht hadden. Behept met vooroordelen als ik ben ga ik er, gezien hun beroepen, maar van uit dat ze dat wel gedaan hebben. Alles overziende bedacht ik dat de kop boven het artikel misschien beter had kunnen luiden: ‘Rechtvaardig, maar ook democratisch?’
Friday, 23 March 2012
De kracht van de klacht
De nationale ombudsman heeft gewaarschuwd. Het vertrouwen van burgers in de overheid staat onder druk. Het aantal klachten neemt hand over hand toe. Het eerste is geen nieuws. Het tweede is opmerkelijk en vraagt om verduidelijking. Nederlanders klagen eigenlijk altijd en bij voorkeur over de politiek. Maar de telefoon pakken of in de pen klimmen is iets anders dan klagen in de vrije ruimte. Als mensen die stap zetten, moet er echt iets aan de hand zijn. Over het algemeen geloven mensen niet dat officieel klagen helpt. Integendeel, meestal levert een dergelijke stap slechts een hoop gedonder op. De overheid heeft lang nog niet overal de attitude die een klacht ziet als een kans om het beter te doen. Klagers worden eerder als lastig ervaren en leveren een hoop extra werk op.
Nederland telt een dikke 16,5 miljoen inwoners. Daarvan is 76% ouder dan 20 jaar. Dat zijn er zo’n 12,5 miljoen. Verleden jaar kreeg de ombudsman 17.000 officiële klachten en 30.000 verontruste telefoontjes. Dat was evenveel als het jaar daarvoor. Zo’n 1.400 officiële klachten per maand. Dit jaar zijn het er 300 à 400 meer per maand. Dat zou derhalve aan het einde van dit jaar zo’n 21.000 klachten opleveren. Nog geen 2 promille. Bij zorgverzekeraar Ohra lag het aantal klachten verleden jaar op 7,2 promille. Daarvan werd meer dan 60% afgewezen. Van de zorg is bekend, dat mensen er nog terughoudender zijn met klagen dan in andere sectoren. Zeker als ze nog in het circuit zitten. De afhankelijkheid is immers groot.
Waarschijnlijk is het, in tegenstelling tot de gezondheidszorg, bij de overheid en uitvoeringsinstanties, zoals de belastingdienst en de uitkeringsinstanties, zo dat, naarmate mensen daarvan meer afhankelijk worden, het aantal klachten juist toeneemt. Terecht stelt de ombudsman de Pavlov - reactie van de overheid aan de kaak, die sterk de neiging heeft om op elk incident te reageren met een poging om de regelgeving nog verder dicht te timmeren. Daardoor is een schier ondoordringbaar woud van regels ontstaan, waar enkel specialisten nog de weg in vermogen te vinden. In de zorg wordt al jaren geklaagd over de onvoorstelbare bureaucratie. Tegen die neiging bestaat helaas onvoldoende maatschappelijk verzet, omdat degenen die erover zouden moeten klagen juist weer afhankelijk zijn van diezelfde overheid. Het blijft dus ook hier overwegend bij klagen in de vrije ruimte. Er is nauwelijks sprake van georganiseerd verzet. Eerder van een hoge mate van moedeloosheid.
Ik durf de stelling wel aan, dat de officiële gegevens over klachten waarover we kunnen beschikken slechts het topje van een ijsberg zijn. Er is veel onderdrukt gemompel en weinig strijd met open vizier. We zouden onszelf een groot plezier doen als we aan de ene kant zeggen wat we op onze lever hebben en aan de andere kant luisteren naar wat er gezegd wordt om daarmee vervolgens ons voordeel te doen. Als mensen bang zijn om echt te klagen holt de kwaliteit van de samenleving achteruit.
Nederland telt een dikke 16,5 miljoen inwoners. Daarvan is 76% ouder dan 20 jaar. Dat zijn er zo’n 12,5 miljoen. Verleden jaar kreeg de ombudsman 17.000 officiële klachten en 30.000 verontruste telefoontjes. Dat was evenveel als het jaar daarvoor. Zo’n 1.400 officiële klachten per maand. Dit jaar zijn het er 300 à 400 meer per maand. Dat zou derhalve aan het einde van dit jaar zo’n 21.000 klachten opleveren. Nog geen 2 promille. Bij zorgverzekeraar Ohra lag het aantal klachten verleden jaar op 7,2 promille. Daarvan werd meer dan 60% afgewezen. Van de zorg is bekend, dat mensen er nog terughoudender zijn met klagen dan in andere sectoren. Zeker als ze nog in het circuit zitten. De afhankelijkheid is immers groot.
Waarschijnlijk is het, in tegenstelling tot de gezondheidszorg, bij de overheid en uitvoeringsinstanties, zoals de belastingdienst en de uitkeringsinstanties, zo dat, naarmate mensen daarvan meer afhankelijk worden, het aantal klachten juist toeneemt. Terecht stelt de ombudsman de Pavlov - reactie van de overheid aan de kaak, die sterk de neiging heeft om op elk incident te reageren met een poging om de regelgeving nog verder dicht te timmeren. Daardoor is een schier ondoordringbaar woud van regels ontstaan, waar enkel specialisten nog de weg in vermogen te vinden. In de zorg wordt al jaren geklaagd over de onvoorstelbare bureaucratie. Tegen die neiging bestaat helaas onvoldoende maatschappelijk verzet, omdat degenen die erover zouden moeten klagen juist weer afhankelijk zijn van diezelfde overheid. Het blijft dus ook hier overwegend bij klagen in de vrije ruimte. Er is nauwelijks sprake van georganiseerd verzet. Eerder van een hoge mate van moedeloosheid.
Ik durf de stelling wel aan, dat de officiële gegevens over klachten waarover we kunnen beschikken slechts het topje van een ijsberg zijn. Er is veel onderdrukt gemompel en weinig strijd met open vizier. We zouden onszelf een groot plezier doen als we aan de ene kant zeggen wat we op onze lever hebben en aan de andere kant luisteren naar wat er gezegd wordt om daarmee vervolgens ons voordeel te doen. Als mensen bang zijn om echt te klagen holt de kwaliteit van de samenleving achteruit.
Monday, 30 January 2012
De nieuwe kleren van de politie
De Nederlandse politie wil nieuwe kleren. Kleren gemaakt van een stof met een krachtige uitstraling , een stof die ontzag afdwingt. Enkele rondreizende kleermakers, die dit gerucht opvingen, hebben zich gemeld bij Minister Opstelten aan zijn Binnenhof . Ze vertelden hem dat zij in staat zijn aan de wensen van de politie te voldoen. Hun unieke ontwerp, zo verzekerden zij, zal iedereen versteld doen staan. Ze doodden daar enkele maanden hun tijd terwijl het hen aan niets ontbrak. Die kleermakers zijn slim. Ze weten dat er geen stof bestaat die ontzag inboezemt. Wanneer hun tijd op is verschijnen ze voor de Minister om hem hun ontwerp te tonen. Ze vertellen de hoogste baas van de politie , dat alleen heel slimme mensen in staat zijn om de uniformen die ze ontworpen hebben te zien. Wie de ontzagwekkend krachtige uitstraling niet waar kan nemen is heel dom. In heel Nederland zijn er geen domme mensen meer. Nederland is immers een kenniseconomie. De petten zijn vervangen door baretten, die niemand kan zien maar die wel iedereen weer passen. De blauwe uniformen hebben het veld moeten ruimen voor gevechtspakken van een onzichtbare, zwarte kleur. Iedereen, zo betogen de kleermakers, die slim genoeg is om de nieuwe kleren van de politie te zien zal stijf staan van respect. Niemand zal het nog wagen een overtreding, laat staan een misdrijf, te begaan. De Minister is vanzelfsprekend niet dom en dus razend enthousiast. Hij roept zijn districtchefs bijeen en toont hen het nieuwe uniform. Hij heeft het zelf aangetrokken onder luid applaus en toejuichingen van de kleermakers, die hem knievallend complimenteerden met zijn ijzersterke uitstraling. De districtchefs geloven hun ogen niet als zij hun Minister in volle glorie voor zich zien. Ze staan stijf in het gelid en durven zich niet te verroeren. Districtchef worden alleen heel slimme dienders met heel veel verbeeldingskracht. Eensgezind adviseren zij de bewindsman opdracht te geven het hele Nederlandse politiekorps in de nieuwe, onzichtbare maar oh zo ontzagwekkende uniformen te steken. Spoorslags keren zij terug naar hun thuishavens . Ze roepen hun manschappen in vergadering bijeen om hen het goede nieuws kond te doen. De tijden van kwijnend gezag en slinkend respect zullen voorgoed tot het verleden behoren. Gehuld in de nieuwe, onzichtbare gevechtsuniformen zullen de vrouwen en mannen van Hermandad een natuurlijke, vanzelfsprekende en krachtige uitstraling hebben. Ze hoeven slechts aan een voorwaarde te voldoen. Ze moeten slim genoeg zijn om het zelf te geloven. En zo kwam het dat de Nederlandse politie niet langer in haar hemd stond, maar in haar blote kont.
Wednesday, 21 December 2011
De stem des volks
Onbehagen onder de bevolking wordt veroorzaakt door onbegrip van het politieke establishment . Dat is de stelling van Laurence Stassen, de fractievoorzitter van de PVV in Provinciale Staten van Limburg. Ze reageert daarmee op Frans Pollux, wiens stelling dat het onbehagen niet al te serieus moet worden genomen omdat we het nog nooit zo goed gehad hebben als nu ze neersabelt als hooghartig, onverstandig en volstrekt verwerpelijk.
Stassen heeft zeker een punt als ze constateert dat veel mensen van mening zijn dat de politiek kaste zich te ver van de maatschappelijke werkelijkheid verwijderd heeft en het vermogen om te luisteren, toch een van de essentiële pijlers onder communicatie, verloren heeft. Dat probleem verdient echter nog wel wat definiëring om met Stassens woorden te spreken. Pollux heeft evenzeer een punt waar hij het onbehagen relativeert omdat mensen, en vooral Limburgers, vrij snel zeuren en minder snel de neiging hebben in eerste instantie naar zichzelf te kijken. Het is geriefelijker om de schuld van je eigen onbehagen bij de ander te leggen.
Als de PVV verweten wordt dat ze populistisch is, dan heeft dat niet zozeer van doen met het feit dat ze de ontbrekende luistervaardigheid van politici aan de kaak stelt, maar veeleer en veel meer met het feit dat ze luisteren naar gelijk stelt aan instemmen met. Het volk bestaat uit heel veel verschillende stammen , stemmen en belangen, die in een democratie door gekozen politici vertegenwoordigd worden. Bestuurders horen in een representatieve democratie te luisteren naar de vertegenwoordigers van het volk, te wikken, te wegen en vervolgens te doen wat ze – alles overwegende – het beste achten. In het algemeen belang. Besturen is de kunst van het vinden van de gulden middenweg, waar politiek de kunst is van het goed verwoorden van de afzonderlijke belangen en daaruit voortvloeiende standpunten. Zo verwoordt de PVV de stem van Henk en Ingrid, die haar groot gemaakt hebben omdat ze van mening zijn dat andere politieke partijen die stem niet goed verwoord hebben, hun problemen weggewuifd of gebagatelliseerd hebben.
Misschien is het echte probleem wel dat het openbaar bestuur te zeer gepolitiseerd is, dat bestuurders geen leiders, staatsmannen of –vrouwen meer zijn maar exponenten van deelbelangen. Politici zijn teveel bestuurders en bestuurders teveel politicus geworden. Vrijwel alle politieke partijen willen zo groot mogelijk worden en vertellen een kleurloos verhaal waar iedereen en dus niemand zich echt in herkend. Als DE stem van HET volk zou bestaan, hadden we geen behoefte meer aan gekozen vertegenwoordigers , waarvan Stassen er een is. Het onbehagen is vooral een gevolg van verdwenen vertrouwen in het bestuur, dat op één hoop gegooid wordt met de politiek. De mensen vertrouwen er niet meer op dat hun belang meegenomen en meegewogen is bij de uiteindelijke beslissing. Politici en bestuurders zijn baantjesjagers, die het vooral goed met zichzelf voor hebben.
Ik vergelijk het geheel wel eens met een gezin. De ouder(s) is/zijn de regering, de kinderen de politieke partijen. De kinderen moeten erop vertrouwen dat de regering, met het oog op hun toekomst, de goede besluiten neemt, terwijl ze zelf hun korte termijn belang duidelijk verwoord hebben en toch niet altijd hun zin krijgen. Glad ijs, ik weet het. Het volk gelijk stellen aan kinderen zal al gauw uitgelegd worden als ze voor dom verslijten en niet serieus nemen. Het zij zo. Stem dan maar PVV, dan krijg je op korte termijn ogenschijnlijk je zin en op lange(re) termijn oorlog.
Stassen heeft zeker een punt als ze constateert dat veel mensen van mening zijn dat de politiek kaste zich te ver van de maatschappelijke werkelijkheid verwijderd heeft en het vermogen om te luisteren, toch een van de essentiële pijlers onder communicatie, verloren heeft. Dat probleem verdient echter nog wel wat definiëring om met Stassens woorden te spreken. Pollux heeft evenzeer een punt waar hij het onbehagen relativeert omdat mensen, en vooral Limburgers, vrij snel zeuren en minder snel de neiging hebben in eerste instantie naar zichzelf te kijken. Het is geriefelijker om de schuld van je eigen onbehagen bij de ander te leggen.
Als de PVV verweten wordt dat ze populistisch is, dan heeft dat niet zozeer van doen met het feit dat ze de ontbrekende luistervaardigheid van politici aan de kaak stelt, maar veeleer en veel meer met het feit dat ze luisteren naar gelijk stelt aan instemmen met. Het volk bestaat uit heel veel verschillende stammen , stemmen en belangen, die in een democratie door gekozen politici vertegenwoordigd worden. Bestuurders horen in een representatieve democratie te luisteren naar de vertegenwoordigers van het volk, te wikken, te wegen en vervolgens te doen wat ze – alles overwegende – het beste achten. In het algemeen belang. Besturen is de kunst van het vinden van de gulden middenweg, waar politiek de kunst is van het goed verwoorden van de afzonderlijke belangen en daaruit voortvloeiende standpunten. Zo verwoordt de PVV de stem van Henk en Ingrid, die haar groot gemaakt hebben omdat ze van mening zijn dat andere politieke partijen die stem niet goed verwoord hebben, hun problemen weggewuifd of gebagatelliseerd hebben.
Misschien is het echte probleem wel dat het openbaar bestuur te zeer gepolitiseerd is, dat bestuurders geen leiders, staatsmannen of –vrouwen meer zijn maar exponenten van deelbelangen. Politici zijn teveel bestuurders en bestuurders teveel politicus geworden. Vrijwel alle politieke partijen willen zo groot mogelijk worden en vertellen een kleurloos verhaal waar iedereen en dus niemand zich echt in herkend. Als DE stem van HET volk zou bestaan, hadden we geen behoefte meer aan gekozen vertegenwoordigers , waarvan Stassen er een is. Het onbehagen is vooral een gevolg van verdwenen vertrouwen in het bestuur, dat op één hoop gegooid wordt met de politiek. De mensen vertrouwen er niet meer op dat hun belang meegenomen en meegewogen is bij de uiteindelijke beslissing. Politici en bestuurders zijn baantjesjagers, die het vooral goed met zichzelf voor hebben.
Ik vergelijk het geheel wel eens met een gezin. De ouder(s) is/zijn de regering, de kinderen de politieke partijen. De kinderen moeten erop vertrouwen dat de regering, met het oog op hun toekomst, de goede besluiten neemt, terwijl ze zelf hun korte termijn belang duidelijk verwoord hebben en toch niet altijd hun zin krijgen. Glad ijs, ik weet het. Het volk gelijk stellen aan kinderen zal al gauw uitgelegd worden als ze voor dom verslijten en niet serieus nemen. Het zij zo. Stem dan maar PVV, dan krijg je op korte termijn ogenschijnlijk je zin en op lange(re) termijn oorlog.
Tuesday, 20 December 2011
De RK Kerk en het Openbaar Ministerie
‘Ieder huisje heeft zijn kruisje’, placht mijn moeder te zeggen. Vrij vertaald betekende dat, dat er overal wel iets is. Deetman heeft kunnen onderzoeken, dat er in ieder geval binnen de Katholieke Kerk tussen 1940 en 1985 iets was. Net als iedere andere organisatie heeft ook de RK Kerk getracht die vuile was zoveel mogelijk binnenskamers te houden. Zo bijzonder is dat mijns inziens niet en het doet niets af aan het feit dat er misdrijven gepleegd zijn, die – in enkele zeldzame gevallen - bestraft zijn en – in waarschijnlijk zeer veel meer gevallen – bestraft hadden moeten worden. De verantwoordelijken, met name de bisschoppen en misschien binnenkort ook de hoogste baas, worden uitgenodigd, nee opgeroepen, af te treden. Weggaan is de vorm van verantwoordelijkheid nemen die het meest populair geworden is.
Het nieuws ter zake volgend kwam de vraag bij me op hoeveel aangiften er in de door Deetman onderzochte periode bij de politie gedaan zijn en hoe die door justitie afgehandeld zijn. Op zoek naar gegevens daarover stootte ik op een rapportje dat Mr. Dr. D.W. Steenhuis, op verzoek van de Vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid en in opdracht van de heren Opstelten en Teeven, in juni van dit jaar uitgebracht heeft onder de titel: ‘Nil Novum, een onderzoek naar de manier waarop het Openbaar Ministerie is omgegaan met zedenzaken tegen Rooms - Katholieke geestelijken’. Ik kan mij niet herinneren dat het veel ophef veroorzaakt heeft. Steenhuis wilde de periode 1980 – 2010 onderzoeken, maar kwam al snel tot de conclusie , dat het onmogelijk was een gedegen onderzoek uit te voeren en beperkte zich toen maar tot de jaren tachtig. Je zou kunnen stellen dat Deetman in de archieven van de RK Kerk meer geluk gehad heeft dan Steenhuis in die van het OM. Uit gesprekken met direct betrokkenen is Steenhuis voorts niet gebleken van afspraken tussen de RK Kerk en het OM inzake een sepotbeleid en dus wordt de conclusie getrokken dat die er kennelijk ook niet waren. Joep Dohmen, zo vermeldt Steenhuis nog wel, heeft daarover in zijn boek ‘Vrome Zondaars’ , dat in september 2010 verschenen is, de nodige twijfels aangemeld. Die konden echter wegens gebrek aan bewijs niet verder onderbouwd worden, mede omdat bij het OM veel archiefstukken vernietigd zijn. Over de periode die Deetman onderzocht heeft merkt Steenhuis op, dat niet uitgesloten kan worden dat er in de voor – voor- Gonsalvestijd wél afspraken zijn geweest, al kunnen de betrokkenen zich daarvan niks herinneren. ( Mr. R. Gonsalves was – dat terzijde - Procureur-Generaal van 1986 tot 1997 en is door de VPRO wel eens ‘de meester van de doofpot’ genoemd, naar aanleiding van zijn optreden bij de pacificatie van de Baliemvallei in Papoea Nieuw – Guinea). Nee, natuurlijk niet, want ook bij het OM houden ze de vuile was graag binnen. Het rapportje gaat er verder vanuit dat er maar weinig aangiften gedaan zullen zijn. De RK Kerk was machtig, veel mensen waren ervan afhankelijk en dus werd er gezwegen. Wat mij betreft is in ieder geval de schijn gewekt, zoals dat tegenwoordig ook zo mooi heet als je eigenlijk niks weet, dat het OM zijn zaakjes niet op orde heeft. Ik heb nog niemand om het aftreden van Opstelten en Teeven horen roepen. Dat wordt nu toch wel tijd!
Toch blijf ik nieuwsgierig. Ik overweeg een meldpunt op te richten voor alle slachtoffers van de dienaren der RK Kerk. Daar kan gemeld worden of er ooit aangifte gedaan is en hoe daarmee door politie en het Openbaar Ministerie omgegaan is. Mogelijk dat er aldus toch wat feitenmateriaal op tafel komt. Ik acht niet uitgesloten, dat de scheiding tussen Kerk en Staat in Nederland tussen 1940 en 1985 nog niet geheel voltooid was.
Het nieuws ter zake volgend kwam de vraag bij me op hoeveel aangiften er in de door Deetman onderzochte periode bij de politie gedaan zijn en hoe die door justitie afgehandeld zijn. Op zoek naar gegevens daarover stootte ik op een rapportje dat Mr. Dr. D.W. Steenhuis, op verzoek van de Vaste Kamercommissie Justitie en Veiligheid en in opdracht van de heren Opstelten en Teeven, in juni van dit jaar uitgebracht heeft onder de titel: ‘Nil Novum, een onderzoek naar de manier waarop het Openbaar Ministerie is omgegaan met zedenzaken tegen Rooms - Katholieke geestelijken’. Ik kan mij niet herinneren dat het veel ophef veroorzaakt heeft. Steenhuis wilde de periode 1980 – 2010 onderzoeken, maar kwam al snel tot de conclusie , dat het onmogelijk was een gedegen onderzoek uit te voeren en beperkte zich toen maar tot de jaren tachtig. Je zou kunnen stellen dat Deetman in de archieven van de RK Kerk meer geluk gehad heeft dan Steenhuis in die van het OM. Uit gesprekken met direct betrokkenen is Steenhuis voorts niet gebleken van afspraken tussen de RK Kerk en het OM inzake een sepotbeleid en dus wordt de conclusie getrokken dat die er kennelijk ook niet waren. Joep Dohmen, zo vermeldt Steenhuis nog wel, heeft daarover in zijn boek ‘Vrome Zondaars’ , dat in september 2010 verschenen is, de nodige twijfels aangemeld. Die konden echter wegens gebrek aan bewijs niet verder onderbouwd worden, mede omdat bij het OM veel archiefstukken vernietigd zijn. Over de periode die Deetman onderzocht heeft merkt Steenhuis op, dat niet uitgesloten kan worden dat er in de voor – voor- Gonsalvestijd wél afspraken zijn geweest, al kunnen de betrokkenen zich daarvan niks herinneren. ( Mr. R. Gonsalves was – dat terzijde - Procureur-Generaal van 1986 tot 1997 en is door de VPRO wel eens ‘de meester van de doofpot’ genoemd, naar aanleiding van zijn optreden bij de pacificatie van de Baliemvallei in Papoea Nieuw – Guinea). Nee, natuurlijk niet, want ook bij het OM houden ze de vuile was graag binnen. Het rapportje gaat er verder vanuit dat er maar weinig aangiften gedaan zullen zijn. De RK Kerk was machtig, veel mensen waren ervan afhankelijk en dus werd er gezwegen. Wat mij betreft is in ieder geval de schijn gewekt, zoals dat tegenwoordig ook zo mooi heet als je eigenlijk niks weet, dat het OM zijn zaakjes niet op orde heeft. Ik heb nog niemand om het aftreden van Opstelten en Teeven horen roepen. Dat wordt nu toch wel tijd!
Toch blijf ik nieuwsgierig. Ik overweeg een meldpunt op te richten voor alle slachtoffers van de dienaren der RK Kerk. Daar kan gemeld worden of er ooit aangifte gedaan is en hoe daarmee door politie en het Openbaar Ministerie omgegaan is. Mogelijk dat er aldus toch wat feitenmateriaal op tafel komt. Ik acht niet uitgesloten, dat de scheiding tussen Kerk en Staat in Nederland tussen 1940 en 1985 nog niet geheel voltooid was.
Monday, 5 December 2011
Triple- A: Arrogantie, angst en agressie
Er zijn ongetwijfeld mensen die mij maar een arrogante kwast vinden. Er is inderdaad niet veel mis met mijn zelfvertrouwen, alhoewel het de laatste tijd stevig op de proef gesteld wordt. Maar om nou te zeggen dat ik het overdrijf, nee. Al zeg ik het zelf. Het kan uiteraard geen kwaad om na te denken, te reflecteren. Daar hoort – naast zelfreflectie - ook de vraag bij welk belang iemand kan hebben bij het mij arrogant noemen. Vaak zijn mensen die dat doen zelf redelijk arrogant. Over de arrogantie van de macht is het een en ander geschreven en gezegd. Machtig ben ik echter niet, dus daar hoef ik het niet te zoeken. Wel heb ik een hekel aan oppervlakkigheid, aan mensen die met de grootst mogelijke vanzelfsprekendheid iets roepen, waarvan zelfs een oppervlakkig luisteraar begrijpt dat ze er nooit echt over nagedacht hebben. Dat kan niet gezegd worden van Erik Irsraelewicz of Dani Rodrik. En ook niet van Kishore Mahbubani. Een Fransman, een Amerikaan en een Singaporees. De eerste schrijft over de arrogantie van China, de tweede over het trilemma van Europa en de laatste over de onvermijdelijke verschuiving van de macht naar het Oosten. De Chinezen worden steeds machtiger en wij in Europa zijn daar niet bang genoeg voor. Snelle globalisering gekoppeld aan democratische politiek betekent het einde van de natiestaat en de arrogantie van het Westen kent geen grenzen. De onstuitbare mars naar moderniteit in het Oosten kan leiden tot een toenemend (supra)nationaal protectionisme in en militaire agressie vanuit het Westen. Ziedaar de ingrediënten voor de verrechtsing van Europese staten. Of dat ook naties zijn laat ik maar even in het midden. Wie over dat verschil meer wil weten kan terecht bij de cultuurhistorische schets van Joep Leerssen met de titel ‘Nationaal denken in Europa’.
Angst was altijd al een slechte raadgever. Ik ben ook niet bang voor de Chinezen. Eerder voor Poetin. Bij mij is er in hun richting meer sprake van bewondering. Als ik al bang ben, dan is het voor de manier waarop er in het Westen, bij mij thuis dus, wordt omgegaan met de globalisering. Dan is het voor onze arrogantie, minachting en neerbuigendheid in de richting van Azië, Afrika en Zuid-Amerika evenals over ons onvermogen om te komen tot een echt federaal Europa. In de kroeg hoor ik tegenwoordig uit de mond van heel gewone mensen geluiden over een derde wereldoorlog. Ik prijs mij altijd gelukkig dat ik, in tegenstelling tot mijn ouders en grootouders, geen oorlog aan den lijve heb hoeven ervaren en dat gun ik mijn kinderen evenzeer. Wie het tempo van de globalisering bepaalt weet ik niet precies en ik vraag me af of de snelheid van dat proces beïnvloedbaar is. Problematischer acht ik het feit, dat heel veel mensen zich bij dat proces niet betrokken weten, dat ze het lijdzaam ondergaan en dat het door belanghebbende betweters gepresenteerd wordt als iets bedreigends in plaats van als een kans op een betere wereld. Maar misschien denk ik er wel teveel over na en kom daardoor arrogant over. Mea Culpa.
Angst was altijd al een slechte raadgever. Ik ben ook niet bang voor de Chinezen. Eerder voor Poetin. Bij mij is er in hun richting meer sprake van bewondering. Als ik al bang ben, dan is het voor de manier waarop er in het Westen, bij mij thuis dus, wordt omgegaan met de globalisering. Dan is het voor onze arrogantie, minachting en neerbuigendheid in de richting van Azië, Afrika en Zuid-Amerika evenals over ons onvermogen om te komen tot een echt federaal Europa. In de kroeg hoor ik tegenwoordig uit de mond van heel gewone mensen geluiden over een derde wereldoorlog. Ik prijs mij altijd gelukkig dat ik, in tegenstelling tot mijn ouders en grootouders, geen oorlog aan den lijve heb hoeven ervaren en dat gun ik mijn kinderen evenzeer. Wie het tempo van de globalisering bepaalt weet ik niet precies en ik vraag me af of de snelheid van dat proces beïnvloedbaar is. Problematischer acht ik het feit, dat heel veel mensen zich bij dat proces niet betrokken weten, dat ze het lijdzaam ondergaan en dat het door belanghebbende betweters gepresenteerd wordt als iets bedreigends in plaats van als een kans op een betere wereld. Maar misschien denk ik er wel teveel over na en kom daardoor arrogant over. Mea Culpa.
Subscribe to:
Posts (Atom)