Wednesday, 17 August 2011

De Turk

Terwijl de politici in Nederland het druk hebben met het kapittelen van Rutte en De Jager, vieren onze Turks Nederlandse medeburgers feest. Ze hoeven, althans volgens de tendentieuze koppen in de krant van vandaag, niet op cursus en niet in te burgeren. De rechterlijke macht zal wel weer een veeg uit de PVV - pan krijgen. Onze regering vraagt zich al sinds 2007 af hoe ze onder de in 1963 gesloten associatieovereenkomst tussen Turkije en de EG uit kan komen. Turkije zoekt al vanaf 1959 toenadering tot Europa. Sinds het laatste officiële verzoek tot de Eu toe te mogen treden, wordt het land nu al 12 jaar aan het lijntje gehouden door met name Frankrijk, Duitsland, Nederland, Oostenrijk en Grieks - Cyprus. Ik beschouw het niet toelaten van Turkije al enige tijd als een van de grootste blunders van de EU.

De Turk wordt kennelijk nog steeds gezien door de bril van Erasmus en Luther. Barbaren en duivels van duistere herkomst. En dat terwijl de sultan van het Ottomaanse Rijk al tijdens de Beeldenstorm van 1566 zijn financiële en politieke steun betuigd heeft aan de opstand van de Calvinisten, die toen druk bezig waren met het vernielen van de katholieke kerken, als eerste de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden erkende en daarna een belangrijke partner werd. Dat rekenen de katholieken de Turken nog steeds aan en misschien noemt Geert Wilders , weliswaar inmiddels agnost, moskeeën daarom wel ‘haatpaleizen’. Maar wat zou het. We leren toch weinig van de geschiedenis.

Onze politici leren ook weinig van de opvoedkunde. Als ze dat wel deden, zouden ze weten dat belonen effectiever is dan straffen. Zo wordt de hond geconditioneerd in de puppycursus . En bij mensen werkt het ook. Wie wil dat ze zich goed gedragen, moet het goede gedrag belonen en het verkeerde niet al teveel aandacht geven. Met blijvend respect voor de persoon, gaat het daarbij steeds om het vertoonde gedrag. Verboden , verplichtingen en sancties helpen niet. Stimulering en beloning wel. Laat ‘best practices’ zien ( die zijn er in overvloed ) en neem maatregelen, die stimuleren tot navolging daarvan. Bied mogelijkheden en beloon degenen, die er gebruik van maken. Een integratiebeleid, dat gebaseerd is op verboden ( om te werken ) en verplichtingen ( om een inburgeringscursus te volgen ) is gedoemd te mislukken, omdat het verzet oproept. Ik zou wel eens willen zien hoe politici zouden reageren als ze verplicht werden een cursus mondiaal burgerschap te volgen op straffe van een verbod verkiesbaar te zijn.

Tuesday, 16 August 2011

Denken over democratie

Het grootste nadeel van democratie is misschien wel dat ze veel tijd kost. In Nederland kost het aanleggen van een kilometer weg ongeveer 25 jaar. Eindeloos overleg. Tientallen procedures. Niet de politiek, maar de (administratieve) rechters beslissen uiteindelijk.

De huidige crisis maakt duidelijk dat , naast de rechterlijke macht, ook de economie het van de politiek gewonnen heeft. De markten zijn de jagers. De politiek is opgejaagd wild. De politiek heeft veel schulden gemaakt, de meeste staten leven op de pof en zijn daardoor overgeleverd aan de financiële markten.

Wat mij betreft is de huidige democratie niet het eindpunt van de staatkundige ontwikkeling. Er is ruimte voor verbetering. De Chinezen zien de huidige crisis vooral als een ideologische rechtvaardiging. Hun gestuurde economie doet het beter dan de westerse. De politiek heeft in China nog de leiding. Daarenboven is die leiding in staat om slagvaardig te besluiten en te doen wat, in het landsbelang, nodig is. Misschien kunnen we daar nog iets van leren?

Wij hebben in het westen een fatale denkfout gemaakt. Wij hebben , bij gebrek aan andere idealen, de democratie zelf tot ideologie verheven en menen die te moeten exporteren. Wij denken dat landen, die wij ontwikkelingslanden noemen, zich slechtst kunnen ontwikkelen als het democratieën zijn. Het is vooral de politiek, die deze denkfout maakt. De markten weten wel beter.

Dat leidt tot een paradox. Terwijl de economie in het westen leidend is , leggen onze politici wel de democratie als voorwaarde voor steun op aan ontwikkelingslanden. Daar zijn we dan ook nog selectief in. Dat brengt de geloofwaardigheid in gevaar. Want waarom grijpen wij wel in Libië in en niet in Syrië? Waarom zijn we blij met de Arabische lente als tegelijkertijd de software van de Duitse Gammagroup ( Finfisher) het totalitaire regimes mogelijk maakt de gangen van hun oppositie tot in detail na te gaan. Met name liberale politici hebben Europese wetgeving op dat punt tegengehouden. Zij leveren ons met huid en haar uit aan de markten. De economische belangen prevaleren in de praktijk van alle dag boven de idealen. Het cynisme van deze gang van zaken culmineert in het starten van een actie ten behoeve van de hongersnood in hoorn van Afrika met een slag op de gong van de Amsterdamse beurs, waar de handelaren de voedselprijzen willens en wetens opdrijven. Het lot van de mensen in de hoorn is voor de financiële markten van ondergeschikt belang.

Naast het winnen van tijd is het daarom ook nodig om de idealen weer leidend te maken. Economische groei dient niet langer heilig te zijn, maar eerlijk delen komt voorop te staan als leidend beginsel. En dat betekent, dat wij in het westen door de zure appel heen zullen moeten bijten. Wij moeten de tering naar de nering zetten. We zullen onze schulden moeten afbetalen en tegelijkertijd eerlijker moeten delen. Dubbele pijn dus. De ironie is, dat de markten ons vandaag de dag die kant op dwingen. Ik kan alleen maar hopen, dat zij zodoende hun eigen graf graven en de politici, met hervonden idealen, weer de leiding overnemen.

Monday, 15 August 2011

Europa is een geopolitieke dwerg

De Zwitserse vermogensbeheerder Lombard Odier is van mening, dat de opkomende economieën een hogere kredietrating verdienen dan ze van (westerse) kredietbeoordelaars krijgen. Ze staan er immers beter voor dan de ‘ontwikkelde’ landen.
De grootste bedreiging voor het westen is niet het oosten, maar de eigen arrogantie.
Al geruime tijd staan in de marge van ‘gedachten en overpeinzingen’ een aantal links naar interviews met Kishore Mahbubani. In 2009 schreef ik hier, dat zijn ‘The new Asian Hemisphere, the irresistible shift of global power to the east’( Perseus Books Group, 2008), het lezen meer dan waard was. Ik maakte er een Powerpoint presentatie over, die ik voordroeg aan mijn Rotary club. Ik kreeg niet de indruk dat mijn medeleden onder de indruk waren. Dat kan natuurlijk aan mijn presentatie gelegen hebben. Misschien dachten ze ook wel, dat het zo’n vaart niet zou lopen. Ergens in mijn bestanden vond ik nog een artikel uit 2008 van de hand van Mahbubani. Merkel en Sarkozy hadden net gedreigd met een boycot van de Olympische Spelen in China.

Europe is a geopolitical dwarf

By Kishore Mahbubani

The paradox about the European Union's position in the world is that it is both a giant and a dwarf. It stands tall as a giant because it has reached one of the peaks of human civilisation - the achievement of zero prospect of war among European states - and also because of its enormously successful regional co-operation. The world can and does learn lessons from Europe's success after the second world war.

Yet, even though it has an economy comparable with America's, it stands as a political dwarf in responding to the rapidly changing geopolitical environment. The combination of slavishly following the US lead (with the possible exception of the invasion of Iraq), its reluctance to contemplate badly needed strategic initiatives (as in the Middle East) or provide real political leadership to complete the Doha round of global trade talks and other such failures have led to the steady shrinking of Europe's footprint on the world stage.

Another paradox about the EU is how the citizens live in a bubble of security while feeling each day a rising level of psychological insecurity about their future. Millions try to enter the EU, legally and illegally, because they want to partake of the good life that the EU has created for its citizens. If John Rawls, the philosopher, were alive today, he would probably classify several European societies as the most just societies under the criteria spelt out in his famous The Theory of Justice. The world sees the EU as a haven of peace and prosperity. Yes, as I told Gideon Rachman, the Financial Times columnist, life is sweet in Europe.

But the rising tide of insecurity in European hearts and minds also means that Europe cannot continue to be a giant Switzerland, which Mr Rachman suggested in his column this week it has become. The Swiss can feel secure because they are surrounded by Europe. The Europeans can only feel insecure because they are surrounded by an arc of instability, from north Africa to the Middle East, from the Balkans to the Caucasus. To make matters worse, the age-old Christian obsession with the threat of Islam has become far more acute, with Islamophobia rising to new heights in European cultures.

Given Europe's ability to dominate the world for almost 500 years, it is remarkable how poorly it is responding to new geopolitical challenges. The paucity of European strategic thinking is stunning. Most European geopolitical gurus believe that the EU can survive well as a free-rider on US power, counting on it to keep the world safe while Europe tends to its internal gardens. Mr Rachman is right when he says that most Europeans want to keep their heads down. However, he is wrong when he says that Europe's passivity may be neither illogical nor immoral.

One simple unpalatable truth that many Europeans refuse to confront is that, in the short run, free-riding on US power can significantly diminish European security. The one-sided US policy on the Israel-Palestine issue, coupled with the botched invasion and occupation of Iraq, has angered 1.2bn Muslims. But while America is protected by the vast Atlantic ocean, Europe feels this Islamic anger directly because of its geographical proximity to the Middle East and its large domestic Islamic populations. Pure common sense would suggest that Europe should reconsider the strategic costs of only playing Tonto to the American Lone Ranger.

Does the EU have other strategic options? Of course it does. Asia provided one when it offered the union an Asia-Europe meeting (Asem), which could have created a stable triangular balance of power between the US, EU and east Asia. If all three legs of Asem were equally strong, each power could use the triangle for geopolitical leverage. The missing Asia-Europe link gives the US obvious bargaining leverage.
Initially, the EU reacted enthusiastically to Asem in the mid-1990s. I know. I was there. However, when the Asian financial crisis came along, the EU abandoned Asia in its hour of need, leaving behind a bitter residue of distrust, and demonstrated that it was a fair-weather friend. Given Asia's quick rebound and the abundant evidence that this will be Asia's century, this European decision will go down as one of its stupidest strategic decisions.

To make matters worse, Europe has forgotten the lessons of Machiavelli (a child of the Italian Renaissance) and is only pursuing ostensibly "moral" policies in Asia. It tries to impose human rights conditions before agreeing to co-operate with the world's largest democracy, India, thereby incurring Indian umbrage. Its relations with the Association of South East Asian Nations, the crucial diplomatic forum in Asia, is distorted by the single lens of Burma, ignoring the 450m south-east Asians living outside the country. Most recently Angela Merkel, the German chancellor, and Nicolas Sarkozy, the French president, once again demonstrated Europe's tendency to shoot itself strategically in the foot by signalling that they may boycott the Olympics. In short, whenever the EU gets a chance, it slaps Asia in the face.

The real irony here is that Asia is doing much more to enhance long-term European security than America is. The Asian march to modernity, which began in Japan and is now sweeping through China and India, is poised to enter the Islamic world in west Asia. When this march enters the Islamic world, Europe will be surrounded by modern, middle-class Muslim states.

Hence, Europe should encourage Muslims to look at China, India and Asean as their new development models. The success of the Beijing Olympics could help to ignite new dreams of modernisation among disaffected Islamic youth, who will ask why their societies cannot prosper like China. In short, if Mrs Merkel and Mr Sarkozy could think strategically and long-term, they should enthusiastically participate in and cheer the success of the Olympics. When the Islamic world is finally modernised, Europe can go back to being a giant Switzerland again.

The writer is dean of the Lee Kuan Yew School of Public Policy at the National University of Singapore. His new book, the New Asian Hemisphere, develops the themes of this article.

Friday, 12 August 2011

Denken over leiderschap en democratie

Wij geven onze politici niet de ruimte om leiderschap te tonen. Dat is de boodschap van drie hoogleraren ( Andeweg , Thomassen en Te Velde ) in de krant van vandaag. Ik zat er helemaal naast gisteren. Ik verweet onze politici een gebrek aan leiderschap. Maar ik ben hypocriet. Ik wilde democratie en democratie maakt krachtig leiderschap nu eenmaal onmogelijk. Kortom, het is mijn eigen schuld.

Even moet ik denken aan de tijd, dat ik steeds grappend ‘verlicht despotisme’ antwoordde op de vraag: Wat vindt jij het beste systeem?

Politiek leiderschap kan in een democratie niet los gezien worden van de bevolking, betogen de heren. Een leider kan in een democratie niet op eigen houtje zeggen welke kant we op moeten. Hij moet draagvlak hebben. Stom, dat ik dat over het hoofd gezien heb.

Ik zag leiders vooral als mensen met een (toekomst)visie. Ik zag politieke leiders als mensen die draagvlak onder de bevolking konden creëren, die met argumenten wisten te overtuigen. Ik heb het mis. Leiders zijn mensen, die hun oren laten hangen naar de onderbuikgevoelens van de bevolking. Leiders zijn mensen, die doen of laten wat de bevolking wel of niet wil. Leiders zijn in een democratie niet meer dan de vertolkers van de volkswil. Wilders, bijvoorbeeld, heeft geen visie. Hij zegt slechts wat velen denken en verkrijgt zo draagvlak en stemmen. Leiders kunnen ook in het geheel geen invloed uitoefenen op wat de bevolking denkt. In een democratie zijn leiders in feite volgers.

De Benelux, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), de Europese Economische Gemeenschap (EEG), de Europese Gemeenschap (EG) en uiteindelijk de Europese Unie (EU) zijn er allemaal gekomen omdat wij, de volkeren, dat gewild hebben. Niemand heeft ons ervan hoeven te overtuigen, dat dit de goede koers was. Mannen als Robert Schuman, Jean Monnet (“Wij brengen mensen samen, geen landen”), Winston Churchill ("Er bestaat een middel waarmee...heel Europa binnen enkele jaren…vrij en gelukkig kan zijn…. Het bestaat erin de Europese familie, of zoveel ervan als mogelijk, te herscheppen en een structuur te geven waarin zij in vrede, veiligheid en vrijheid kan wonen. We moeten een soort Verenigde Staten van Europa bouwen."), Alcide de Gasperi, Konrad Adenauer, Charles de Gaulle, Paul-Henri Spaak, Altiero Spinelli en Walter Hallstein waren niet meer dan marionetten aan de touwtjes van hunrespectievelijke volkeren.

Flauwekul natuurlijk. Thomassen heeft wel gelijk als hij stelt, dat het vertouwen in de politiek niet afneemt door een gebrek aan leiderschap, maar dat er een gebrek aan leiderschap is door de angst om het vertrouwen te verliezen ( en dus is er wel degelijk een gebrek aan leiderschap!). Die angst hadden en hebben echte politieke leiders niet. Zij durven onzekere kiezers een weg te wijzen. In Nederland durft, met uitzondering van Wilders, niemand dat nog. En Wilders wijst ons de verkeerde weg. Maar omdat hij de enige is, volgen velen hem bij gebrek aan een richtinggevend alternatief.

Thursday, 11 August 2011

Koekje van eigen deeg

Al eeuwenlang worden wij door onze leiders opgevoed om goede kapitalisten te zijn. Wij hebben geleerd te geloven, dat – ondanks de Club van Rome – economische groei onze enige redding is. Wij hebben geleerd, dat het goed is om onze spaarcentjes naar de bank te brengen. Wij geloven onze leiders als zij ons vertellen, dat die centjes daar veilig zijn en dat zij die garanderen. Wij rennen daarom in tijden van crisis, zoals nu, niet allemaal tegelijk naar de bank om ze terug te halen. Wij hebben geleerd te geloven, dat de torenhoge schulden van de overheid niet zo erg zijn. Door de groei komt het allemaal wel weer goed. Onze leiders vertellen ons ook dat we onze kinderen goed moeten opvoeden, zodat ze niet relschoppend en plunderend over straat rennen. Brave en gehoorzame kapitalisten zijn we geworden.

Onze leiders hebben ons niet opgevoed tot Europeanen. Zij hebben ons niet verteld, dat wij in de eurozone tot elkaar veroordeeld zijn. Dat wij het ons niet kunnen veroorloven een van de sterkere eurolanden om te laten vallen. Zij hebben ons er niet van weten te doordringen, dat de juist de gemeenschappelijke markt en de sterke euro in de voorbije jaren gezorgd hebben voor meer welvaart. Ze zeggen ons niet dat,als we terugkeren naar de gulden, het moeilijker zal worden om onze spullen naar het buitenland te verkopen. Nee, ze zeggen ons, dat wij een sterk land zijn, dat zijn zaakjes goed op orde heeft. Ze maken ons bang voor al die prutsers, die zogenaamd onze welvaart bedreigen. In plaats van ons op te voeden tot Europeanen, wakkeren ze onze nationale gevoelens en het daarmee verbonden anti -Europa denken aan. Onze leiders hebben ons wijsgemaakt, dat een economisch - monetaire unie wel voldoende zou zijn en dat het niet nodig is ook een politieke unie te vormen. Dat had immers betekend, dat onze leiders bevoegdheden hadden moeten afstaan aan die unie. Onze leiders zijn liever populair dan sturend. Het zijn dus slechte opvoeders, die elk recht verspeeld hebben hedendaagse ouders aan te spreken op de opvoeding van hun kinderen.

En nu krijgen onze leiders dus een koekje van eigen deeg. Nu is die unie politiek zo zwak, dat ze de crisis niet op kan lossen. Nu durven onze leiders geen bevoegdheden meer af te staan, omdat ze vrezen dat wij dat niet goed vinden en niet meer op hen zullen stemmen. Ze proberen op populistische wijze een paar belastingcenten te besparen en daarmee alle voordelen van de unie op het spel te zetten. Hun eigen hachje is nu eenmaal belangrijker dan onze toekomst, de toekomst van Europa. Europa interesseert ze eigenlijk helemaal niets. Ze hebben het altijd gezien als een noodzakelijk kwaad en ons dat ook zo leren zien. Onze leiders zijn niet bij machte leiding te geven.
De kredietbeoordelaars zijn in het leiderschapsvacuüm gesprongen.

Tuig van de richel

De mensen die Engeland op stelten zetten werden gisteren door een enkeling weer eens snel en gemakkelijk geëtiketteerd als tuig van de richel. Stop ze in een hokje, plak er een etiket op en verder nadenken is overbodig.

Het woord tuig heeft meerdere betekenissen. Het kan een gereedschap of uitrusting aanduiden, zoals in werktuig, vaartuig, voertuig, vliegtuig of zintuig. Schepen worden ook opgetuigd, voorzien van tuigage. Mensen of dieren daarentegen worden afgetuigd. Tuig kan ook wordt ook gebruikt in de betekenis van toom. Een riemenstel om mens of dier in het gareel te houden. En tenslotte betekent tuig ook wel schorem, gemeen volk, waarbij ‘gemeen’ vele betekenissen hebben kan. Alfabetisch variërend van achterbaks tot vunzig met daartussen gewoon.

Ook richel heeft een aantal betekenissen. De Richel is bijvoorbeeld de naam van een zandplaat in de Waddenzee ongeveer een kilometer ten oosten van de noordelijkste punt van Vlieland. In de samenstelling tuig of vee van de richel hebben we te maken met een troep deugnieten, gespuis. Onder de richel moet men hier verstaan ‘een smal bankje in den engelenbak van den vroegeren Amsterdamschen schouwburg achter tegen den schuinen want van de kap aangebracht. Men kon daar zoowat zitten, maar niets zien van 't geen op het tooneel gebeurde; daarom moesten zij, die daar plaatsen hadden, gedurende de voorstelling staan, of leunen op de ruggen van de menschen, vóór hen. Naar dat publiek wordt thans nog het minste soort menschen ‘'t vee van de richel’ genoemd ( bron: F.A. Stoett, Nederlandsche spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden. W.J. Thieme & Cie, Zutphen 1923-1925 (vierde druk).

Bij tuig van de richel gaat het derhalve om een groep (een soort) mensen, die zich in de schouwburg ( op het wereldtoneel ) bevinden, maar niets kunnen zien van wat zich daar afspeelt. Willen ze daarvan toch een glimp opvangen, dan moeten ze dat over de ruggen van anderen doen. Die vinden dat niet leuk. Immers ,“de wereld is een schouwtoneel. Elk speelt zijn rol en krijgt zijn deel,” zei Joost van den Vondel.

Er zijn kennelijk mensen, die van mening zijn dat er soorten mensen zijn. In de betekenis van ras, kan ik me daar nog iets bij voorstellen. Wie geen rol speelt , zijn deel niet ontvangt en uiteindelijk besluit om dat dan maar over de rug van anderen te veranderen is echter geen ander soort mens. Zij zijn evenzeer mensen als degenen die een grote rol (menen te ) spelen en over de rug van anderen meer dan hun deel krijgen. Bijvoorbeeld de speculanten wier rekening wij met zijn allen op dit moment aan het betalen zijn, waardoor er steeds meer tuig van de richel, in de traditionele betekenis, bij zal komen.

Tientallen jaren wordt het tuig van de richel weggestopt in verpauperende wijken, waarin niet geïnvesteerd wordt. Heeft het geen mogelijkheden voor een behoorlijke opleiding. Heeft het geen kans op werk en een inkomen. Het heeft kortom geen uitzicht op een toekomst. En hun kinderen evenmin.
Misschien is het tijd om de betekenis van ‘tuig van de richel’ opnieuw te definiëren. Als we dat begrip al willen hanteren, dan stel ik voor het voortaan te gebruiken voor die (groep van ) mensen die andere mensen aan hun lot over laat, zich niet om hen bekommert en zich over hun ruggen een disproportioneel deel van het schouwtoneel toe eigent.

Tuesday, 9 August 2011

Henk, Ingrid en de politiek

Onlusten in Londen en Birmingham. 300.000 ontevreden mensen op straat in Israël. De beurzen kraken. Raar, want de economie draait best redelijk en de werkeloosheid daalt. Verschillende werelden.
De onzekerheid, de angst, het gevoel onrechtvaardig behandeld te worden, de vermeende dreiging van al die buitenlanders, vooral moslims, hebben zich meester gemaakt van Henk en Ingrid. Ze zijn boos. Ze radicaliseren. Eerst nog in het café, maar nu gaan ze ook de straat op. De belangen van de wereld van Henk en Ingrid en die van de politici lopen niet langer parallel. De kloof tussen Henk , Ingrid en de rest van het land wordt al maar groter. Wie doet er nog wat voor ze? De politiek? Politici zijn alleen maar bezig met de volgende verkiezingen. Ze geven geen leiding aan het land, laat staan aan Europa of de wereld, maar proberen alleen nog hun eigen achterban tevreden te stellen en hun tegenstanders overal de schuld van te geven. Ze bemoeien zich met het rookgedrag van Henk en het gewicht van Ingrid. De democratie gaat langzaam failliet en de politici zijn op vakantie. Henk en Ingrid solliciteren zich suf, maar vinden geen werk. Ze zijn te duur. De grote bedrijven moeten hun aandeelhouders tevreden houden en zoveel mogelijk winst maken. Henk en Ingrid zijn een kostenpost, waarin gesneden kan worden. De banken zijn ook grote werkgevers. Die hebben de spaarcenten van Henk en Ingrid uitgeleend aan de politici en de andere grote bedrijven en zijn nu bang, dat ze die niet meer terug krijgen. Dus verhogen ze de rente . Dan moet de bank van de politici, de Europese Centrale Bank, met het geld van Henk en Ingrid de schulden die de politici gemaakt hebben kopen om de rente weer te laten dalen. En van de belastingcenten van Henk en Ingrid moeten ook nog eens de gewone banken overeind gehouden worden. Die dalende rente vinden de pensioenfondsen op hun beurt weer niet leuk, want die hebben graag een hoge rente voor hun dekkingsgraad. Anders kunnen ze het pensioen van Henk en Ingrid straks niet betalen. Omdat de politici toch schulden blijven maken moeten Henk en Ingrid langer werken. Maar ze hebben helemaal geen werk. De politici en de banken vinden het protest van Henk en Ingrid crimineel. Er zijn steeds meer politiemensen nodig om de zaak in de hand te houden. Die kosten ook weer veel geld, waardoor de uitkeringen van Henk en Ingrid onder druk komen te staan. Niet de problemen in de wereld of die van Henk en Ingrid, maar de boosheid en de radicalisering van Henk en Ingrid nopen de politici om hun vakantie te onderbreken. Ze moeten weer terug in hun hok en vooral hun mond houden, zodat het grote spel gespeeld kan blijven worden. Want Henk en Ingrid beseffen natuurlijk niet, dat dat in hun belang is.