Monday, 12 September 2011

De dag erna

Maandag 12 september 2011. Vrijwel mijn hele dag stond gisteren in het teken van tien jaar 9|11. Herdenkingsbijeenkomsten in New York, Washington, Shanksville en Londen. Indrukwekkende reportages en documentaires, zoals de 102 minuten die alles veranderden bij SBS6. Unieke geluidsfragmenten uit de Twin Towers en vlucht United Airlines 93. Waar kun je het na zo’n dag nog over hebben? Misschien over de moed die nodig is om je te verzetten? Alles lijkt zo in het niet te verzinken als de impact van die aanslagen een dag lang voorbijkomt. Het ongeloof en de angst op de gezichten van mensen. Het verdriet , maar ook de trots van nabestaanden. De verschillende manieren waarop mensen verwerken wat hen overkomen is. Maar ook de ongelooflijke chaos en het opvallende gebrek aan coördinatie en communicatie bij de autoriteiten in de verenigde Staten. Is het nog van belang wat een uiterst irritante Opstelten bij Buitenhof te melden had? Zou die man ooit door iets te raken zijn? Die weet het allemaal wel heel zeker. Een optimistisch realist noemt hij zichzelf. Weer zo’n liberaal zonder ideaal. Een echte nachtwaker. Ga maar lekker slapen, lieve burgers, en laat mij het maar regelen. Dan komt het allemaal goed. Wat is het belang van het feit dat Rutte nu plotseling wel bereid is om wat soevereiniteit prijs te geven, als alles toch maar eigen belang is? Er is niets pervers aan de financiële crisis, het is allemaal heel rationeel, zei oud top-ambtenaar Pieter Korteweg . Moraal speelt geen enkele rol. Je kunt anderen hun schuld wel vergeven of kwijtschelden, maar ze moeten er wel een prijs voor betalen. Is het echt van belang dat Frans Willeme niet de eerste Nederlandse burgemeester in Duitsland geworden is? Heeft het nog enige betekenis, dat Leon Frissen vandaag officieel afscheid neemt als gouverneur van Nederlands Limburg en dat hij een fervent voorstander van het Rijnlands model is? Wat knap, dat VVV gelijkspeelt tegen PSV. Maar voor wie is dat belangrijk? Wat heeft nog betekenis als je ziet wat mensen elkaar aan kunnen doen? Heeft het nog zin om daar een standpunt over in te nemen? Of is het beter maar geen standpunt meer in te nemen en nog slechts te registreren? Koos van Zomeren heeft, zo zei hij gisteren bij Boeken van de VPRO, in zijn SP-tijd alle standpunten opgebruikt. Wat mooi was om te registreren is hoe die verschrikkelijke tragedies mensen hier en daar nader tot elkaar brengen. Kennelijk zijn daar rampen en verschrikkelijke tragedies voor nodig. Al het andere lijkt ‘spielerei’ van mensen die vooral zichzelf erg serieus nemen. Snelle oplossingen zijn er, volgens hoogleraar Arnoud Boot, niet. Met hem droom ik vannacht maar verder van een wereldregering, die met ons allemaal het beste voor heeft.

Friday, 9 September 2011

Applaus en Protectionisme

Groot waren de koppen in de kranten ten tijde van de gebeurtenissen in Tunesië en Egypte. Groot zijn de koppen over Libië en Syrië? Arabische lente! Applaudisserend stonden de meeste van ons aan de zijlijn. Leve de liberale democratie. Eindstation van de beschaving. Doe het zoals wij en alles komt goed. Wie in zijn handen klapt heeft geen hand vrij om zijn portemonnee te trekken! Dat hebben de Russen al ervaren na 1989. Wat waren we blij met die Gorbatsjov. En vervolgens hebben we ze aan hun lot overgelaten. Zie wat ervan geworden is. Een nieuwe schurkenstaat, met de grootste maffiabaas van de wereld aan het hoofd.

Een kleine kop in de krant van vandaag. Wederopbouw. Beloofde hulp Tunesië en Egypte blijft uit. 14 miljard euro hebben Westerse en Arabische landen toegezegd om de hervormingen in beide landen te steunen. Onderdeel van een totaalpakket van het dubbele bedrag, toegezegd aan Noord – Afrikaanse democratieën in wording. Slechts een schijntje van het toegezegde bedrag hebben ze tot op heden ontvangen.

Wat het westen inzet en levert zijn wapens en adviseurs. Dat is goed voor de eigen militaire industrie. Daarnaast hebben we het vooral druk met het beschermen van onze overige eigen (olie)belangen. Ongeveer een derde van het hele EU-budget wordt gebruikt voor het protectioneren van de landbouwsector. Bijna 50 miljard euro. Europa is duur roepen we dan, zonder erbij te vermelden dat vooral de eigen agrarische sector – en dat al jarenlang – dat geld opstrijkt.

De gemiddelde leeftijd van de bevolking in de lente – landen ligt beduidend lager dan die bij ons. Wij vergrijzen en ontgroenen. Al die jonge mensen moeten aan de slag. Lukt dat niet, dan is een terugval onvermijdelijk. Er zal sprake moeten zijn van een stabiele middenklasse. Die kan alleen ontstaan als er arbeidsplaatsen zijn. Het alternatief is, dat we al die jonge mensen naar het westen halen en zo ons eigen ontgroening teniet doen. Maar dan pikken ze natuurlijk de banen van onze eigen mensen in. De werkelijkheid is dat de meeste lente – landen – jongeren het liefst in hun eigen land blijven wonen en werken, als daar een menswaardig bestaan op te bouwen valt.

Zolang als wij arrogant blijven waar het gaat over de democratie als het beste systeem, zonder oog te hebben voor de voorwaarden die noodzakelijkerwijs vervuld moeten worden om dat systeem een kans van slagen te geven, zolang als wij vooral druk zijn met het beschermen van onze eigen belangen, zolang zal het er in de wereld niet beter op worden. De beste manier , beter dan het geven van geld aan regeringen die daardoor onafhankelijk worden van hun bevolkingen, om de lente – landen te helpen is hen de mogelijkheid te geven om vrij met ons te handelen en te concurreren. Als zij het beter en goedkoper kunnen dan wij is dat voor ons als consumenten en ook voor de handel alleen maar goed. Wij moeten dus ophouden met applaudisseren en protectioneren. Wij moeten eindelijk eens beginnen met delen. Weg met de landbouwsubsidies in de EU is een eerste stap.

Thursday, 8 September 2011

Protectionisme, arrogantie of moderniteit

Voorspellen is heel moeilijk. Vooral als het om de toekomst gaat. De tekst van een bericht op Twitter van eurocommissaris mevrouw Smit-Kroes. Nu is voorspellen natuurlijk geen kwestie van kijken in de bekende glazen bol. Het is veeleer een poging inzicht te krijgen in alle werkzame krachten en vooral in de richting waarin deze krachten werken. Verschillende methoden om de toekomst te onderzoeken zijn: (kwantitatieve) modellen, scenariostudies, delphi-studies en overige participatieve methoden, technologisch aspectenonderzoek en dialectiek (Wikipedia).

Kishore Mahbubani heeft in het eerste hoofdstuk van zijn boek The new Asian Hemisphere, the irresistable shift of global power to the east ( Public Affairs, New York, 2008 ) een drietal scenario’s voor de toekomst van de wereld in de komende vijftig jaar geschetst. Mahbubani is momenteel decaan/professor aan de Lee Kuan Yew National University van Singapore en was van 1971 tot 2004 diplomaat. In die 33 jaar bekleedde hij twee keer het voorzitterschap van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

Het eerste scenario van Mahbubani is de Mars naar Moderniteit. Hij stelt daarin dat het gebruik van een watercloset wel eens de beste indicator zou kunnen zijn voor een antwoord op de vraag hoeveel van de 6,5 miljard wereldburgers nog leven in een premoderne wereld. Hoe groter het aantal mensen dat zijn intrede doet in die moderne wereld, hoe veiliger en stabieler de wereld zal worden. Wat Noord-Amerika en Europa vandaag de dag al bereikt hebben, kan morgen door de rest van de wereld bereikt worden. Zo zal China in 2015 het niveau bereiken waarop de ontwikkelde landen zich in 1960 bevonden. Daarbij veroorzaakt het gebruik van de mobiele telefoon met internet een stille revolutie waarvan de impact te vergelijken valt met de industriële revolutie. Connectiviteit is productiviteit. Als je mensen met elkaar verbindt, worden ze productiever. Met ontwikkelingshulp helpen we vooral regeringen van arme landen in het zadel, die daardoor het contact met hun bevolking verliezen, omdat ze voor het verkrijgen van hun fondsen niet van hen afhankelijk zijn. In een periode van twee decennia zullen 1 tot 1,5 miljard mensen in Azië verbonden worden met de moderne wereld en zichzelf geleidelijk van die foute regimes ontdoen. Dat is de Mars naar Moderniteit.

In het tweede scenario stelt Mahbubani, dat het verdere verloop van de wereldgeschiedenis bepaald zal worden door de manier waarop het westen reageert op deze Aziatische Mars naar Moderniteit. Als het zich terugtrekt in de oude forten. Als protectionisme in de plaats komt van vrije handel, dan berooft alleen al de EU de ontwikkelingslanden van 700 miljard dollar per jaar en dat is 14 keer meer dan de totale ontwikkelingshulp. De politieke steun voor protectionisme is, sinds het einde van de Koude oorlog (1989) , helaas zowel in de verenigde Staten als in Europa toegenomen. En daarmee beroven we ook onszelf van om en nabij de 1 miljard dollar per dag. Met name de manier waarop Europa al jarenlang de landbouwsector subsidieert is een voorbeeld van nauw bemeten eigenbelang zonder oog voor de globale situatie. Het heeft er alle schijn van, dat de westerse landen geleidelijk aan het geloof verliezen dat ze de concurrentie met de opkomende economieën aan kunnen. Dat gebrek aan vertrouwen kan ons opbreken en de wereld de verkeerde kant op sturen.

De triomf van het westen is het derde scenario. Vanaf het einde van de Koude Oorlog waren er voor het westen nog maar twee grootmachten over. Amerika en Europa. De rest van de wereld hoefde niet meer de toen dat zich naar deze voorbeelden om te vormen. De arrogantie was welhaast grenzeloos. Gorbatsjov was, in tegenstelling tot Deng Xiaoping, geen held, maar een idioot. Zijn opstelling heeft ertoe geleid dat de Russische economie in tien jaar tijd 45% van haar ‘output’ verloor en dat de sterfte- en criminaliteitscijfers drastisch toenamen. De westerse arrogantie leidt ook tot de veronderstelling dat culturele verschillen er niet toe doen en dat het mogelijk is om van de ene op de andere dag elke samenleving, waar dan ook in de wereld en in welk stadium van culturele en economische ontwikkeling dan ook, om te vormen tot een liberale democratie. Een misvatting. De voorbije twee eeuwen van westerse dominantie zijn in de wereldgeschiedenis eerder een uitzondering dan de regel.

Het is niet moeilijk te raden welk scenario de voorkeur verdient.

Wednesday, 7 September 2011

De paradox van de media. Atrium en Orbis.

Govert Derix en Leon Frissen hebben samen in 2010 een boek gepubliceerd met de titel Eurosofie. ( Downloaden kan via de site van de Provincie Limburg ). Derix heeft daarvoor een aantal essays geschreven en die met Frissen besproken. Het boek is de weerslag van de aanscherping van het denken over Europa in deze dialogische ontmoetingen. Een voorname constatering van de heren is, dat de Eurealpolitiek behoefte heeft aan idealen, die door de sense of urgency aan kracht moeten winnen. Te hopen valt, dat de huidige crisis daaraan bijdraagt. Derix schetst in een van zijn essays een aantal paradoxen met betrekking tot de samenwerking. Paradox niet in de klassieke betekenis, maar meer als iets wat tegen de verwachting in gebeurt.

Een van die paradoxen is die van de media. Die luidt alsvolgt: “Je zou verwachten dat euregionale eenheid gepaard gaat met het ontstaan van euregionale media. Voor de vorming van een sociaal-economische eenheid zijn media immers cruciaal. (…) Toch neemt de ‘mediale’ eenheid in de EMR eerder af dan toe, en kijken bewoners steeds minder vanzelfsprekend naar zenders van euregionale gebiedsgenoten aan de andere kant van de binnengrenzen.”

Een mooi voorbeeld daarvan is het Commentaar met de titel Atrium/Orbis in Dagblad De Limburger vandaag. De auteur betoogt daarin, dat het - in het belang van de consument - goed is, dat de NMa, de mededingingsautoriteit in Nederland, zich bemoeit met de fusie tussen de ziekenhuizen in Heerlen en Sittard-Geleen. Merkwaardig noemt de schrijver het echter dat de NMa in haar onderzoek ook ziekenhuizen over de grens, zoals die van Genk, Hasselt, Tongeren en Aken betrekt. De NMa krijgt ervan langs. Ze zet, aldus de commentator, een grote bek op en is door het dolle heen.

Van een Limburgse krant zou men toch mogen verwachten, dat het denken niet ophoudt bij de ( overigens officieel niet meer bestaande ) grens. Meestal treft juist randstedelijke instanties dat verwijt. Des te opmerkelijker is het te moeten constateren, dat het denken van de Limburgse media kennelijk wel bij de grens ophoudt en dat de door Derix geschetste paradox inderdaad bestaat. Met het denken van patiënten is dat overigens al lang niet meer het geval. Vele Limburgers bezoeken ziekenhuizen in onze buurlanden en zien de grens niet als een belemmering daarvoor. Ook zorgverzekeraars zijn in overwegende mate dat station al gepasseerd. Alleen de krant kennelijk niet. Media zijn erg belangrijk voor de meningsvorming bij het lezend publiek. In plaats van het toe te juichen, dat de NMa ook over de landsgrenzen kijkt om wellicht te constateren, dat er nog voldoende sprake is van concurrentie om een fusie tussen de ziekenhuizen van Heerlen en Sittard-Geleen mogelijk te maken, trekt de krant een eng, nationaal jasje aan en doet alsof de ziekenhuizen in de Euregio geen invloed hebben op de patiëntenstroom en , sterker nog, alsof ze helemaal niet bestaan. Zou het de invloed van de PVV zijn of is het gewoon een vergissing?

Tuesday, 6 September 2011

Macht en verantwoordelijkheid, Gasland en La Belle Verte

Afgelopen zaterdag las ik een column van Govert Derix in de krant. De kop erboven luidde: “Twintig centimeter per uur”. Die verwijst naar het feit, dat planten en dieren zich al veertig jaar met gemiddeld twintig centimeter per uur naar koelere gebieden verplaatsen. De les is, dat de natuur geen nieuwsberichten nodig heeft om in beweging te komen, dat ze weet wat ons boven het hoofd hangt en dat wij mensen achter de feiten aan lopen en het uiteindelijk zullen afleggen tegen de trage krachten van de natuur. Derix kijkt naar de aarde vanuit het perspectief van een buitenaardse beschaving die ons wellicht ooit zal beschrijven als het dier dat niet toekwam aan wat echt noodzakelijk is.

Die zienswijze is schitterend verbeeld in een film van Coline Serreau met de titel La Belle Verte. Mila, kleindochter van een aardse moeder wil, als enige van de bewoners van een verre planeet, wel terug naar de aarde. Wat ze daar aantreft maakt haar niet vrolijk. De vervuilde lucht maakt alle mensen ziek. Het water is niet te drinken(dat deed me onmiddellijk denken aan de documentaire Gasland van Josh Fox die ook zo mooi laat zien hoe de natuur met behulp van de orkanen Rita en Katrina het door mensen in zee gedumpte afval terugbezorgt waar het vandaan kwam), als je geen geld hebt, heb je niets, als je geen documenten hebt, besta je niet. Is lippenstift een medicijn om van je te laten houden? La Belle Verte is de moeite van het bekijken meer dan waard. Doen dus!

Govert Derix komt tot de conclusie, dat we behoefte hebben aan mondiale beslissingsstructuren met een verantwoorde blik op de lange termijn. Ik ben dat hartgrondig met hem eens. Tegelijkertijd leveren wij hier echter achterhoedegevechten over het afstaan van een beetje soevereiniteit aan Europa. Als je ons zo bezig ziet, zou je bijna gaan geloven dat de Maya’s gelijk gaan krijgen met hun voorspelling dat – om het met Derix te zeggen – het ruimteschip aarde op 21 december aanstaande uit de bocht zal vliegen. Er is dringend behoefte aan een Nieuw Geloofwaardig Toekomstvisioen, zegt Derix.

Chaos voor wedergeboorte, zo noemt een van Mila’s zonen het tijdperk waarin de bewoners van de verre planeet in La Belle Verte afgerekend hebben met de vervuilers en de uitbuiters. Een totale , vreedzame boycot van alle producten, die bijdragen aan de vervuiling van de aarde en tot stand gekomen zijn door uitbuiting van mensen, behoorde tot de strategie. Het doet denken aan Rousseau. Het klinkt romantisch. Wij kunnen echter niet terug. We gaan vooruit, maar niet alles wat we vooruitgang noemen is dat ook daadwerkelijk. Vervuiling , uitbuiting, bewuste misleiding en eigen-volk-eerst-denken zijn misdaden tegen de menselijkheid. Wij zouden er goed aan doen onze kennis en kunde in te zetten voor een verantwoord beheer van de aarde, voor het herstellen van verstoord evenwicht. Dat heeft alles te maken met macht en verantwoordelijkheid.

Monday, 5 September 2011

Naïef idealisme gevraagd

De Amerikaanse Sarah Chayes woont en werkt sinds 2002 in Afghanistan.Susan Neiman voert haar in haar boek ‘Morele helderheid, goed en kwaad in de 21ste eeuw’(Ambo Amsterdam,2008) op als een van de voorbeelden van volwassen idealisten. De oorspronkelijke ondertitel van Niemans boek luidt: ‘A Guide for Grown-Up Idealists’. Ook Daniel Ellsberg ( Pentagon Papers ) en Bob Moses ( burgerrechtenbeweging USA ) behoren tot die voorbeelden. Mensen die een keuze gemaakt hebben. De keuze om niet cynisch te zijn, het allemaal wel te weten en dus alles maar te laten gebeuren. De keuze om zelf iets te doen. Om zich niet langer bij de neus te laten nemen door mensen, vooral politici, die niet gehinderd worden door al teveel historische belangstelling en niets leren van de vergissingen van het verleden. Door mensen die loyaliteit als hoogste deugd hebben. Help je vrienden en doe je vijanden kwaad als enig moreel voorschrift. Door mensen die werken met vijandbeelden, die in de meeste gevallen een grotere bedreiging suggereren dan werkelijk bestaat.

Tofik Dibi is een voorbeeld. Hij wil een debat in de Tweede Kamer over de gebeurtenissen van 22 juli op het eiland Utøya in Noorwegen en hoopt dat Wilders daaraan mee doet. Hij wil met dat debat, zo zei hij bij Knevel en Van den Brink, onze gezamenlijke vijanden identificeren. Terroristen, criminelen en niet goed functionerende politieagenten. Bolkestein gaf ook een staaltje van het volstrekte gebrek aan idealen. “Zelfs een klok die stilstaat, heeft twee keer per dag gelijk”,zei hij en realiseerde zich niet in welk web hij zelf gevangen zit. De politiek van het haalbare. Wars van enige, op idealen gebaseerde, toekomstvisie. Het federale Europa als vijand van nationale zelfzucht. En wij, schapen, laten ons op een hoop drijven.

De meeste mensen, zegt Sarah Chayes, delen een paar fundamentele aspiraties en waarden met elkaar. Zoals het recht om deel te hebben aan het opstellen van de regels aan de hand waarvan ze bestuurd worden. Het recht om bestuurders ter verantwoording te roepen. Toegang tot scholing en een redelijk gelijke welvaartsverdeling. Cultuurverschillen spelen daarbij een veel minder belangrijke rol dan wat mensen in de loop der tijd overkomen is.

Politici die elkaar versterkende mechanismen van geheimhouding en minachting cultiveren, ondermijnen de democratische praktijk. Ze houden mensen bewust onwetend en liegen hen wat voor. Vervolgens gebruiken ze de onwetendheid als argument om de problemen maar aan de politiek over te laten. Politici vinden politieke winst belangrijker dan het stoppen met doden. Gewone mensen worden bang gemaakt. Ze brengen zichzelf in verlegenheid als ze er iets van zeggen. Ze worden voor naïef en wereldvreemd uitgemaakt. In de hoek gezet als onwetend en dom. Het wordt de hoogste tijd dat we ons van de angst, het wantrouwen en de zelfzucht bevrijden. Dat we ons bevrijden van de angst om absurd te lijken en een domme indruk te maken, om uit het gelid te stappen en naïef genoemd te worden. Naïef idealisme is nodig voor onze toekomst.

Friday, 2 September 2011

Natie , taal en fout nationalisme

Welke taal zou ik moeten spreken als ik Zwitser zou willen worden? Welke taal moet ik spreken om tot Belg te kunnen naturaliseren? Sinds het Fries als taal erkend is spreken we in Nederland ook verschillende talen. Kan een Vlaamse Belg, bijvoorbeeld Steven Strijckers die al tien jaar in Munstergeleen woont en werkt, ook Nederlander worden als hij Fries spreekt? Is taal een geschikt criterium om nationaliteit te verwerven? Bepaalt de taal die ik spreek tot welke natie ik behoor of wil behoren? Willen mensen een nationaliteit of krijgen ze die opgelegd en worden er dan min of meer toevallig in geboren?

Om daar iets van te begrijpen moeten we terug naar de 19de eeuw. Taal heeft veel met natievorming van doen. Joep Leerssen schrijft in “Nationaal denken in Europa, een cultuurhistorische schets” (Amsterdam University Press, 1999 ), dat het nationale denken oorspronkelijk een emancipatiebeweging was voor burgerij en minderheidsculturen. Nationaliteit werd echter in toenemende mate een “corset dat de staatsmacht moreel legitimeert, door haar te stutten op het primaat van een collectieve, anti – individualistische volkssolidariteit , en waarin de nationale of culturele identiteit van het individu lijnrecht uit de dwingende omstandigheden van historische en raciale afkomst wordt afgeleid.” De Multi-etnische keizerrijken vielen aan het einde van de Eerste Wereldoorlog definitief uiteen. Daarvoor in de plaats kwam het zelfbeschikkingsrecht der volkeren, dat de leidraad vormde voor het Verdrag van Versailles. Daar ligt de oorsprong van het nationalistisch beginsel, dat “staten de nationale samenstelling van hun bevolking dienen te weerspiegelen, en dat de staatsgrenzen dus idealiter dienen samen te vallen met culturele grenzen – met name taalgrenzen. “

Cultuur- en staatsgrenzen vallen echter niet samen. Staatsgrenzen zijn meestal vrij nauwkeurig. Soms weerspiegelen ze in hun veranderlijkheid de kracht of zwakte van een land. Cultuurgrenzen zijn vager en ze verschuiven maar zelden. Staatsgrenzen zijn veel minder bestendig dan cultuurgrenzen.

De multiculturele samenleving is mislukt, roepen vele politici tegenwoordig. Dat is natuurlijk volstrekte flauwekul. De multiculturele samenleving is niet mislukt, ze bestaat gewoon. Feit is, dat politici zich geen raad weten met de gevolgen van toenemende globalisering en mobiliteit. Daarom vallen ze terug op een fout soort nationalisme. Een nationalisme, dat niet gericht is op emancipatie en democratie, maar op mono - cultureel en - linguïstisch fascisme. Sinds 1 april van dit jaar zijn, op basis van het gedoogakkoord en dus dankzij de PVV, de eisen van het inburgeringsexamen verder aangescherpt.

Steven Strijckers behoort tot hetzelfde cultuurgebied als de Nederlanders. Hij heeft niet dezelfde nationaliteit, behoort niet tot dezelfde staat. Dat is niet meer dan een toevalligheid, want voor 1830 was dat wel het geval geweest. Misschien wordt het de allerhoogste tijd die verschillende nationaliteiten gewoon af te schaffen en er , als eerste stap, een Europees paspoort voor in de plaats te stellen. Uiteindelijk zijn we allemaal bewoners van de wereld en zouden we ons moeten kunnen vestigen daar waar we ons het beste thuis voelen, zonder dat nationale regeringen dat met allerlei dwaze regeltjes belemmeren.