Saturday, 31 January 2009

Dichter des vaderlands

We hebben een nieuwe dichter des vaderlands. De vierde. Het is Ramsey Nasr. Een Nederlandse Palestijn. Het zou kunnen, dat zijn verkeizing iets te maken heeft met de problemen in het Midden-Oosten en met name in Gaza. Ik weet niet of het zo is, maar de gedachte flitste ineens door mijn hoofd. Nasr was eerder al stadsdichter van Antwerpen. In de NRC stonden gedichten van alle genomineerden. En dat van de winnaar verdient natuurlijk een plaats hier. Geniet ervan! Overigens deed de titel mij onmiddelijk aan Godfried Bomans denken. "Ik wou dat ik twee hondjes was, dan kon ik samen spelen."

IK WOU DAT IK TWEE BURGERS WAS (DAN KON IK SAMENLEVEN)

en dit is mijn gedicht, komt u binnen
let niet op de galm, wees niet bang
laat ons beginnen in leegte
welkom in mijn krater van licht
ooit kwamen wij samen, u en ik, weet u nog
koel leefden wij op in de glans van een roemer
onze schaduwen als helder kristal
onze roem even terloops als de lichtval op de brief van een windstille vrouw
goudbestoft waren wij bleek, bijna doorschijnend van liefde waren wij
wij loken de ogen voor de ander
en wij hielden van boetedoen
vroeg iemand hoe het met ons ging
dan zeiden we naar waarheid
we schamen ons kapot, meneer
wij waren er heilig van overtuigd
dat wij ooit onze bloedeigen heer zelf met gesels ineengeslagen
en op eigen houtje gekruisigd hadden
de apocalyps stond bij voorbaat als straf op ons netvlies gebrand
en wat is er gebeurd in die paar eeuwen dat wij even de andere kant opkeken?
ik wilde u graag een vaderland tonen
vormvast, zuiver en met volgehouden metaforen
een gedicht kneden over ons, maar toen ik begon
moest ik toezien hoe hier het ene volk het andere spontaan begon te vagen
als twee onverenigbare republieken
hoe kwamen wij zo snel van nietig tot lomp van weerschijn tot alomaanwezige schreeuwhomp?hoe kon uit zuinige rupsen dit hummervolk opstaan?
ze zeggen: omdat god verdween - onze vader
had besloten nog wat onzichtbaarder te worden
dan hij al was, kijken of dat kon, nee dat kon niet
weg was god en in dit stilleven met grote afwezige
stonden nu de verbijsterde nederlanden
hun monden nog vol van vergankelijkheid
vol wuftheid en alom gewaardeerd doodsverlangen
al hun ijdelheid was ijdelheid gebleken
al hun schijn, hun gekoesterde slijk, heel dit spiegelpaleis dat men ooit voor oneindigheid hield
werd nu voorgoed onbewoonbaar verklaard
je hoorde de rijp op hun zielen kraken
en uit dat gat – daar werden wij geboren
kevin, ramsey, dunya, dagmar, roman en charity
als bij toverslag kwamen wij tevoorschijn
bungeejumpend, met oranje opblaashamers
gillend en krijsend en antidepressief
of zwijgend voor een breezer gegangbangd
welkom in nederland vakantieland
ja dat krijg je ervan, dit volk houdt men over
wanneer je de schuld uit ons lijf ramt
we vullen de holte met glimmende leegte
tussen psalmenzangers en pillenslikkers
tussen het goud en het blingbling
vond ik een land dat werd opgeheven
dit land is de wraak van de voorvaderen
als een beeldenstorm razen zij in ons voort
maar het bestaat – zoals ook het verband
tussen kinderstring en boerka bestaat
tussen karnemelk en comazuipen: hol en bol
schuiven wij onze eeuwen ineen
elkaar opheffen is onze kracht
wij streven van nature naar leegte
zoals een cycloop naar diepte snakt
ziet u, een vaderland wilde ik u tonen
niet deze woestijn van oneindige vrijheid
maar hier wonen wij, en hoe mooi zou het zijn
als iemand ooit als een tweedehands godheid rijm voor rijm een land zou bouwen
voor dit volk dat zijn volk mist
hier, in de open kuil van onze ziel
juist hier zou iets groots kunnen worden verricht
laat ons beginnen met een gedicht

Ramsey Nasr (1974). Laatste bundel: Onze-lieve-vrouwe-zeppelin: Antwerpse gedichten (Bezige Bij, 2006).

Friday, 30 January 2009

Hoed u voor de preventiestaat !(2)

Als de problemen in onze wereld in toenemende mate van religieuze aard zijn, waarom overwegen we dan niet om alle religies af te schaffen? De atheïstische Beweging van F.C. van Dongen uit Rijswijk krijgt niet echt een voet aan de grond. Als er teveel(?) doden vallen in het verkeer komen er beperkende maatregelen. We mogen niet meer zo hard rijden als we willen. We moeten een gordel om of een helm op. We moeten halt houden voor een rood licht. We moeten rechts voorrang geven. Als er teveel (?) mensen sterven door longkanker verbieden we het roken. Hoed u voor de preventiestaat! Hij knuffelt u dood !
We proberen mensen die ziek geworden zijn te helpen. Dat doen we zo goed en zo kwaad als we kunnen. Daarbij maken we fouten. Dat mag niet meer. De perfectionisten zitten ons op de hielen. Ze staan aan wal en maken geen fouten. Dat maakt ons angstig en bang. We gaan ons indekken. We vegen onze missers onder het tapijt. Maar de perfecten eisen openheid en transparantie. Daarbij vergeten ze om een sfeer te creëren, waarin het veilig is om open en eerlijk te zijn. Een cultuur, waarin fouten maken mag. Als je er maar van leert. Ze hebben het alleen nog maar over schuld. De schuldige moet gevonden worden. Als we die hebben wordt ie onthoofd en doen we alsof daarmee het probleem is opgelost. Alsof die fouten opzettelijk gemaakt worden. Zouden er nog landen zijn waar de mensen gewoon dankbaar zijn met het feit dat we ze proberen te helpen?
Ik herinner me dat staatssecretaris Dijksma werd geïnterviewd over de buitenschoolse opvang. Er waren twintigduizend plaatsen te weinig. De belangrijkste vraag van de verslaggever was: ‘Moeten we niet zeggen dat u eigenlijk gefaald heeft?’
Wij laten het allemaal gebeuren. We staan erbij en kijken toe. Wie zijn wij? Wij zijn het volk. Wij hebben de macht. Wij mogen eens in de zoveel jaar stemmen en laten het dan afweten. Een handvol beroepsvergaderaars bepaalt daarna waar we ons aan te houden hebben. Die leven al lang niet meer in de echte wereld. Ze verzinnen allerlei regels waar niemand om gevraagd heeft, want ze moeten toch wat doen voor het geld, dat ze van onze belastingcenten krijgen. Maar wie stopt ze? Wie houdt ze tegen? Wie heeft de macht om dat te doen? De wereld is niet gevaarlijk door hen die kwaad doen, maar door hen die toekijken en het laten gebeuren, zei Einstein al. We leren niet, we vertrekken. Nederland is een emigratieland geworden. In Maastricht wordt gesproken over de scholierenvlucht naar Belgie. Het is tijd voor de tegenbeweging. In Obama's boek 'de herovering van de Amerikaanse droom' las ik dat de nieuwe president waarde hecht aan goede manieren. "Elke keer als ik een kind ontmoet dat duidelijk spreekt en me aankijkt en 'ja meneer' zegt en 'dank u wel' en 'alstublieft' en 'pardon' , voel ik me optimistischer over dit land. Ik denk dat ik niet de enige ben. Ik kan goede manieren niet in wetgeving vatten. Maar ik kan ze wel aanmoedigen als ik met een groep jonge mensen te maken heb." In Belgie leren kinderen dat kennelijk nog thuis en op school.

Keurmerk of kwaliteit?

Keurmerken zijn belangrijker geworden dan kwaliteit. Zogenaamde kwaliteitssystemen zijn een doel op zichzelf geworden in plaats van een middel. Het gaat al lang niet meer om de inhoud van bijvoorbeeld de zorg, maar om procedures, processen, systemen, protocollen en registraties. Kasten worden gevuld met ordners. Zeeën van tijd en geld worden verdonderd om een papieren werkelijkheid te scheppen, terwijl de zorgverleners klagen dat ze geen tijd meer hebben om zorg te verlenen en de klanten klagen dat er geen aandacht meer voor hen is. De gemiddelde arts in Nederland onderbreekt zijn patiënt al na 16 seconden voor de eerste keer, want de volgende zit te wachten. Volgens Stef Groenewoud, werkzaam bij Plexus en onlangs gepromoveerd aan het Erasmus Medisch Centrum te Rotterdam, kunnen keurmerken en certificaten die enkel iets zeggen over procedures beter afgeschaft worden.
Kwaliteit is niet meer en zeker niet minder dan het voldoen aan en het bij voorkeur overtreffen van gerechtvaardigde verwachtingen van de klant. Wie kwaliteit wil leveren moet die verwachtingen dus kennen.
Zorginstellingen verzinnen deze onzin niet zelf. Overheid, politiek, inspectie en zorgverzekeraars zijn de boosdoeners. Ze verwarren middel en doel. Ze kijken naar procedures in plaats van naar resultaten. De vraag of er een klachtenprocedure is, of die schriftelijk vastgelegd is en waar klanten die kunnen vinden is belangrijker geworden dan de termijn waarbinnen eventuele klachten afgehandeld worden. De registratie van het aantal voorkomende gevallen van decubitus ( doorligwonden ) is van groter belang dan het voorkomen ervan door extra aandacht. Onderzoek toont aan dat zorginstellingen met een keurmerk niet per definitie betere kwaliteit leveren dan die zonder zo’n papiertje. Op zich hoeft er niets mis te zijn met kwaliteitssystemen. Als ze maar ten dienste staan van het behalen van goede resultaten. In de huidige praktijk is vaak het omgekeerde beeld waar te nemen. Organisaties staan in dienst van het kwaliteitssysteem. Het keurmerk heeft nauwelijks nog een relatie met de dagelijkse praktijk. Van verantwoordelijke ‘ondernemers’ in de zorg zou verwacht mogen worden dat ze deze praktijken een halt toe roepen. De inhoud van de zorg is belangrijker dan het registratiecircus. Er zijn voldoende onderzoeksgegevens beschikbaar om dat tegengeluid te onderbouwen.

Tuesday, 27 January 2009

Vredesgeschenk

Paus Benedictus XVI, voorheen kardinaal Ratzinger, heeft het afgelopen weekend vier in 1988 geëxcommuniceerde bisschoppen weer in de Rooms Katholieke Kerk opgenomen. De vier, Bernard Fellay, Bernard Tissier de Mallerai, Alfonso de Galarreta en Richard Williamson waren in 1988 door Marcel Lefevbre tot bisschop gewijd. Lefevbre richtte in 1970 de priesterbroederschap Pius X op. Dat deed hij als reactie op de vernieuwingen van het tweede Vaticaans concilie. Lefevbre, die in 1991 overleed, behoorde tot de traditionele vleugel van RK Kerk. Hij was bijvoorbeeld van mening dat de mis volgens de Tridentijnse Ritus, die teruggaat tot Paus Pius V (1570), opgedragen behoorde te worden.
In mei 1988 tekende Lefevbre met de toenmalige kardinaal Ratzinger een protocol, waarin hem de benoeming van één bisschop werd toegestaan. Al zijn kandidaten werden vervolgens afgewezen en hij had het gevoel dat de RK Kerk hem aan het lijntje wilde houden. Dat leidde tot de bisschopswijding van de eerdergenoemde vier en de daaropvolgende excommunicatie door de RK Kerk, die op 2 juli 1988 door Paus Johannes Paulus II bekrachtigd werd.
De vader van Marcel Lefevbre werd overigens door de nazi’s in 1944 in het concentratiekamp Sonnenberg gefusilleerd, omdat hij zich onder meer ingezet had voor vluchtnetwerken ten behoeve van Joden. Lefevbre zal zich dus wel in zijn graf omgedraaid hebben toen hij de uitlatingen van de door hem gewijde bisschop Richard Williamson hoorde, als hij ze gehoord heeft.
In 2007 heeft Paus Benedictus XVI ook al de mogelijkheden om de mis weer volgens de Tridentijnse Ritus op te dragen verruimd. De huidige Paus is dus al langer bezig om de traditionalisten weer binnen boord te halen. Toen hij amper vier maanden het ambt bekleedde had hij al een gesprek met Bernard Fellay. Daarom hoeft het opheffen van de excommunicatie uit 1988 geen verbazing te wekken.
Net als in de seculiere gemeenschap, lopen er ook in de klerikale vogels van allerlei pluimage rond. Van pedofielen tot Holocaust ontkenners. Tot de laatste categorie behoort Richard Williamson, inmiddels weer bisschop binnen de RK Kerk. Hij is een fan van Ernst Zündel, die in 1974 het boek ‘Did six million really die’ publiceerde. Daarnaast heeft hij blijk gegeven van uitgesproken opvattingen over vrouwen, communisten, vrijmetselaren, Joden en 9/11. We weten dus waar bisschop Richardson staat. Als de man strafbare uitspraken doet, moet hij vervolgd worden. Het openbaar ministerie in Regensburg doet inmiddels onderzoek naar de uitspraken van Williamson over de Holocaust. Misschien komen ze, net als het Nederlandse openbaar ministerie bij Wilders, tot de conclusie dat er geen vervolging nodig is, omdat de RK Kerk en de democratie wel tegen een stootje kan. Een rechter kan dan nog altijd anders besluiten.
Voor het overige zou ik niet al teveel aandacht besteden aan meneer Richardson. Veel van zijn collega’s hebben inmiddels afstand genomen van zijn uitspraken. De Nederlandse bisschoppen noemen zijn uitspraken zelfs idioot en respectloos. Harde taal van vergevingsgezinde gelovigen. Ze hadden ook kunnen zeggen: ‘Heer, vergeef het hem, hij weet niet wat hij zegt!’ Maar ja, uitkijken moeten we wel. Er zijn altijd weer van die domoren die achter zulke lieden aan hollen.

Monday, 26 January 2009

Over Matthijs van Boxsel gesproken!

Matthijs van Boxsel(1957) ‘ontdekte’ ik in juni 2006.

Ik kocht drie boeken van hem, te weten:
Encyclopedie van de domheid (1999), 4de druk 2002, Querido A’dam.
ISBN 9021453517/NUR 323
Morosofie, dwaze wijzen en wijze dwazen in Nederland en Vlaanderen (2001), 2de druk 2002, Querido A’dam. ISBN 9021453525/NUR 323
Deskundologie, domheid als levenskunst (2006), 1e druk, Querido A’dam. ISBN 9021453126/NUR 323

Het thema is domheid. Een bloemlezing.

Domheid manifesteert zich op elk gebied.
Domheid is het fundament van onze beschaving.
Naast wijsheid, waarheid en schoonheid is ook domheid een onderwerp van studie.
Robert Musil publiceerde in 1937 een redevoering ‘Über die Dummheit’.
Drie aspecten van domheid zijn: sufheid, koppigheid en schaamteloosheid.
Domheid is geen gebrek, maar een zelfstandige macht.
Op het punt waar de wetenschap van de domheid niet meer valt te onderscheiden van de domheid van de wetenschap begint ‘De encyclopedie van de domheid’.

Uitgangspunt: Geen mens is intelligent genoeg om zijn eigen domheid te begrijpen.
Intelligentie is niets meer dan het product van een reeks min of meer mislukte pogingen greep te krijgen op de domheid.
Centrale stelling: Cultuur is het product van een reeks min of meer mislukte pogingen met de domheid in het reine te komen, greep te krijgen op de zelfdestructieve idiotie. Onze cultuur is niets dan het product van de steeds hernieuwde pogingen achteraf de schade te beperken.

Afwisseling, ironie, agressie moeten leiden tot zo kleurrijk mogelijk falen. Cultuuruitingen zijn succesvolle blunders.
Er is studie verricht naar de zijwindgevoeligheid van de optelsom, het soortelijk gewicht van een zoen en de oppervlakte van God.
Er huist dwaasheid in al onze pogingen greep te krijgen op het bestaan.
Domheid is onkenbaar. We weten dat ze bestaat, maar we zijn altijd te laat. Domheid is een grens die altijd wordt gemist. Alleen achteraf valt vast te stellen dat we hem gepasseerd zijn. Een herkende domheid is een extra wijsheid.
Domheid is typisch voor de mens in het algemeen en noodzakelijk voor onze ontwikkeling.
Domheid is geen gebrek, maar een zelfstandige eigenschap met een geheel eigen logica.
Domheid staat niet tegenover intelligentie. Juist de combinatie van domheid en intelligentie is fataal. Epische kluchten illustreren al eeuwenlang de spanningsvolle relatie tussen intelligentie en domheid.

Domheid is het talent bewust tegen je eigenbelang te handelen, met de dood als uiterste gevolg.

De morologie onderzoekt de wetten van de domheid.
De geheime logica van ons intellect is dat wij door schade en schande wijs worden!
Wijsheid valt alleen te bereiken door schade en schande. Domheid is verantwoordelijk voor de schade en schande waar wij ‘wijs’ van worden. Domheid geeft de littekens die bij elkaar ons karakter vormen. Maar het werkt alleen onbewust. Wie bewust faalt om wijsheid te vergaren is een domkop. Wijsheid is een onbedoeld neveneffect van onze handelingen. Het is een stom geluk bij een ongeluk.

Het principe van de terugwerkende kracht regeert de wereld. Wij moeten falen om de kennis te vergaren, waarmee wij ons falen kunnen begrijpen. Ervaring komt altijd te laat. Alle wijsheid is wijsheid achteraf. Wat wij in theorie leren is het resultaat van de kennis, opgedaan door het falen van onze voorgangers.
Pas achteraf wordt een loze bewering werkelijk een profetie!

Kennis is slechts wijs en waar omdat zij door de meerderheid wordt gedeeld. Wij volgen de regel niet omdat hij doelmatig is. De regel is doelmatig omdat iedereen hem volgt. Een regel dankt zijn kracht niet aan argumenten, maar aan kuddegedrag. Doelmatigheid is geen natuurlijke eigenschap van de regel, maar het effect van gehoorzaamheid.
De automaat in de mens wordt geregeerd door de macht der gewoonte, die overtuigender is dan alle argumenten voor en tegen samen. Domheid is geen kwestie van verkeerd inzicht of gebrek aan kennis. Domheid is een kwestie van automatie.
Wij gehoorzamen de wet niet omdat zij rechtvaardig is, maar omdat de wet nu eenmaal de wet is. De wet wordt rechtvaardig als iedereen haar gehoorzaamt. De rechter doet alsof hij de misdadiger een lesje leert. Maar goed beschouwd, doet de rechter uitspraak om zijn eigen rechtsgevoel en dat van het door hem vertegenwoordigde volk in stand te houden. De rechter leert in feite slechts zichzelf mores. Dat besef is desastreus voor de rechtsorde en daarom doen wij alsof de rechter er zit om de misdadiger op te voeden. Al onze vormen van organisatie werken bij de gratie van domheid. Onze wereld draait om fantasietjes en domkoppen die erin geloven. Domheid is nuttig.

Het doel heiligt niet de middelen. Het doel is de middelen te heiligen. De middelen zijn de regels die als neveneffect orde hebben, op voorwaarde dat hun idiotie niet wordt beseft. De zaligheid van de armen van geest verdwijnt als zij beseffen dat de ondoorgrondelijke autoriteit van de wet niet bestaat buiten onze mislukte pogingen de wet naar voldoening te gehoorzamen.

Het volk bedenkt zelf de verzinsels die het later gaat geloven!

Ons bestaan speelt zich af in de kosmische ruimte tussen de per definitie onbesefte domheid en het desastreuze besef van onze domheid. Iedereen weet dat onze kennis in de lucht hangt. Dat de wetenschap een in zichzelf gedefinieerd systeem van wetten en regels behelst. Als iedereen in zijn achterhoofd weet dat ons kennen nergens op berust, wie weet dat dan niet? Onze intelligentie weet het niet. Ons denkpatroon sluit de mogelijkheid uit dat wij domheid direct zouden kunnen zien. Domheid valt niet te bereiken, maar evenmin te vermijden. Wij zitten vast in onze eigenwijsheid.

Het uitgangspunt luidt: ‘ik ben dom’.
De kloof tussen wijsheid en domheid houdt het denken gaande. Wie te zeker is van zijn zaak gaat de fout in. Domheid is een taboe. Niet voor niets lachen wij de domheid van de ander uit en proberen wij onze eigen domheid uit alle macht te verhullen. Hoe kunnen we met onze domheid leven? Hoe kunnen we verhinderen dat we er nog langer slachtoffer van zijn?

De domste oplossing is verstommen uit angst een domheid te begaan. De beste remedie tegen een begane domheid is haar te herhalen. Herhaling haalt de tragische angel uit de domheid. Zij maakt er een grap van. Onbewuste domheid wordt zo bewuste domheid. Zo wordt je humorist, in onze cultuur de belichaming van slimheid. Aan domheid valt niet te ontsnappen, maar we kunnen van onze domheid een persoonlijke, unieke domheid maken. Als we toch moeten falen, laten we dan op een zo hoog mogelijk niveau falen.

Het streven naar volledigheid, naar perfectie, wordt gefnuikt door een idiotie waar elke vorm van organisatie vroeg of laat op stuit, een ongrijpbare gekte die het systeem dreigt te vernederen tot een klucht.

Er is geen andere hel dan de angst, die overigens onlosmakelijk met het bestaan is verbonden. Angst vergalt ons plezier, maar houdt tevens de wereld draaiend. Ataraxie is de uitweg. Een toestand vrij van zorg en vrees. Onze cultuur is niets anders dan het product van vergeefse pogingen het paradijs te herwinnen. Het geluk schuilt in het verlangen, niet in de vervulling.

Niet de zondaars, maar de ‘levende doden’ vormen de schandvlek op de schepping. De holle mensen laten zich leven. Conformisten, zwevende kiezers, de zwijgende meerderheid, de kudde die gedachteloos de waan van de dag volgt, opportunisten die met alle winden meewaaien, mensen zonder standpunt, onverschilligen, lafhartigen die zich op de vlakte houden alvorens achter de rest aan te hollen. In hen wordt de dwaasheid van de schepping zichtbaar. Juist dit gedrag van de massa bepaalt uiteindelijk wat als goed en wat als kwaad wordt gekenmerkt. De dwazen tonen de verborgen waarheid van de orde. Zij verstoren die orde niet. Willen wij niet de grond onder onze voeten verliezen, dan moeten wij ons van de domme houden voor de domheid in het hart van alle systemen die wijsheid in het verschiet stellen.

Smoesjes leiden altijd al een eigen leven. Hun verschijning betekent meestal het begin en tevens het einde van het gesprek. Zij gaan de dialoog uit de weg, laten geen ruimte voor discussie of tegenspraak, zijn doof voor anderen en belazeren zichzelf. Niet de incidentele doodzonde staat centraal, maar de structurele nalatigheid. Het goede geweten dat zichzelf een rad voor ogen draait en zich van geen kwaad bewust is. Deze kleine ondeugden vallen te herleiden tot de universele hoofdzonden als luiheid, spilzucht en ijdelheid.

Sunday, 25 January 2009

Het voordeel van twijfel

Gisteren hoorde ik Georgina Verbaan bij Pauw en Witteman zeggen, dat hoe meer ze over junks en drugs las, hoe minder ze ervan leek te weten. Dat lezen deed ze ter voorbereiding op haar rol in de film 'Oogverblindend', die op 21 januari in premiere is gegaan. Ik geloof, dat dit in zijn algemeenheid waar is. Mensen die veel lezen en daardoor misschien iets meer weten, worden voorzichtiger, genuanceerder. Hoe minder kennis van zaken, hoe steviger vaak het standpunt. Degenen die het zekerst van hun zaak lijken, weten er vaak het minst van. Twijfel is een symptoom van wijsheid. Blijven twijfelen, ook als een beslissing genomen is, kan geen kwaad. Niet besluiten soms wel. Het spanningsveld tussen twijfel en besluitvaardigheid is broodnodig. Want geen mens is, zoals Matthijs van Boxsel schrijft, intelligent genoeg om zijn eigen domheid te begrijpen. Blijven twijfelen dus!

Saturday, 24 January 2009

Wachten op de knal

Hoe zit dit bestaan in elkaar ? Wat is onze plaats op dit planeetje in het onmetelijke heelal? Hoe zit het met de belangrijkheid die we onszelf – als menselijk ras – toedichten en die zwaar gerelativeerd moet worden? We zijn niet opgewassen tegen 10 weken extreem warme temperaturen. Dan wordt het oppervlaktewater te warm, waardoor het niet meer gebruikt kan worden om onze elektriciteitscentrales te koelen en de stroomvoorziening in gevaar komt. Wie heeft een aggregaat ? Wat gaat er allemaal mis als we geen stroom meer hebben. Of geen drinkwater. De rampen zijn niet te overzien. Aardbevingen. Bosbranden. Een springvloed. Wekenlange regen. Het weer alleen al. We praten er waarschijnlijk zo veel over omdat we intuïtief weten, dat het onze grootste vijand is. En maar doen alsof we het allemaal onder controle hebben. Wijsneuzen genoeg. Het gaat goed met de democratie. Maar de vrijheid is in gevaar. De dictatuur van de minderheid dreigt. De jacht, een oermenselijke activiteit, staat onder druk. Dreigt te worden verboden door acties van zichzelf ethisch hoog achtende cultuurmalloten, die niet beseffen hoe ver ze inmiddels van de natuur verwijderd zijn. Medici en andere fanatici grijpen de macht. Proberen de samenleving naar hun hand te zetten. Mensen lijken eeuwig te willen leven. Zouden we de tijdelijkheid niet beter kunnen benutten als we haar accepteerden en niet zo krampachtig probeerden te verlengen? De rokers worden aangepakt. Wie volgen? De bromfietsers, de automobilisten, de ruimtevaarders, de wc-gebruikers. Waar leidt dit toe? Wat willen we bereiken? Gaat het echt allemaal om macht ? Wie wil het voor het zeggen hebben ? En wat gebeurt er als ze het voor het zeggen hebben ? Of als anderen ook iets te zeggen willen hebben ? Praten, maar ook nog steeds slaan, schoppen en schieten. Onze compromissen sterven in schoonheid en wij in onze compromissen. Niets is meer eenvoudig of duidelijk. Alles is ingewikkeld of gecompliceerd. We kunnen de werkelijkheid niet uitleggen omdat ze te moeilijk voor ons geworden is. Is dat echt zo ? Of is die eigenlijk heel simpel, maar willen we dat niet meer zien. Leef met vlag en wimpel, maar hou het simpel. Als teveel mensen het begrijpen zijn er teveel machtig. Kennis is toch macht ? Binnen- en buitenlandse – ismen en - isten vormen de grootste bedreiging voor het evenwicht , de stabiliteit van onze samenleving. Het zijn de intoleranten die ons voortbestaan bedreigen. Het zijn degenen die hun wil, hun opvattingen, hun visie met ( politieke ) dwang aan anderen proberen op te leggen. Maar ook zij die niets te verliezen hebben. Waarvoor geen perspectief bestaat. Zij nemen, zonder aanzien des persoons , zonder respect voor leven wat ze nodig denken te hebben. Tegen hen zal niet opgetreden worden. Dat is te gevaarlijk voor onze agentjes. Die dachten zekere, door de overheid betaalde, baantjes te hebben. Maar toch zeker geen werk, waarbij gevaar voor eigen leven een factor van betekenis zou kunnen zijn. De samenleving wordt uit het lood geslagen, verliest haar evenwicht en komt ten val. Er is een chronisch gebrek aan leiding en charisma. Wij accepteren nauwelijks nog leiding, want we weten het toch allemaal beter. Ons systeem is rot. De worm zit erin. Van binnenuit wordt het opgevreten. Langzaam, maar heel zeker. Tot het ploft. Het wachten is alleen nog maar op de knal.