Kijkend naar de wereld overkomt mij niet bepaald een gevoel van vrolijkheid en optimisme. Verbazing en ook verontwaardiging krijgen geleidelijk de overhand. Ik geef het toe, ik radicaliseer. Mijn woorden doen er niet zoveel toe.Ik kijk niet alleen, ik lees ook en luister. Oude mannen als Jean Ziegler en Stéphane Hessel komen op mijn pad. Ze bevestigen wat ik voel. Ik lees de tweets van waarnemend gouverneur Frissen bij de Salzburger Festspiele en vraag me af of hij weet heeft van de ‘Ausladung’ van Ziegler om de openingsrede daar uit te spreken. Zou hij ‘Indignez-vous!’ van Hessel gelezen hebben? Interesseert de boodschap van de opsteller van de universele Verklaring van de Rechten van de Mens hem? Of geniet hij gewoon van alle mooie dingen die hem in de schoot geworpen worden, zonder zichzelf , laat staan anderen, al te veel lastige vragen te stellen? Hij heeft er toch hard voor gewerkt. Hij heeft dit toch zeker verdiend. Ik lees ook tweets van burgemeesters, die de sociale media ontdekt hebben. Ik kan ze niet betrappen op richtinggevende opmerkingen. Ze afficheren zich als gewone mensen. Huilen mee met de wolven in het bos. Zijn zogenaamd toegankelijk. Populair bij hun volgers. Populariteit, daar lijkt het om te gaan. Ik kan de wereld toch niet in mijn eentje veranderen, dus laat ik maar zoveel mogelijk genieten. Het leven is te kort om me druk te maken over zaken waar ik toch geen invloed op heb.
Maar is het niet beschamend voor ons als mensheid hoe we toe staan te kijken als Assad zijn eigen volk afslacht? Verder als ‘stout, stout’ komen we niet en zelfs die uitspraak vergt maandenlang vergaderen. Ik begin begrip te krijgen voor mensen, die tot de conclusie gekomen zijn, dat al dat praten niet helpt. Dat er iets gedaan moet worden om de boel wakker te schudden. Er is dringend behoefte aan een nieuwe verzetsbeweging, een nieuwe internationale Résistance. We hebben idealen nodig. Het is de vraag of het staatsmonopolie op geweld gehandhaafd kan blijven als die staat dat monopolie gebruikt om zijn eigen burgers te onderdrukken en te vermoorden. Idealistisch, romantisch, wereldvreemd. Ik hoor het ze al roepen. En toch maken de woorden van de 93-jarige Hessel indruk:
“Wij zagen een wereld voor ons, waarin niemand voor zijn broodwinning hoefde te vrezen als hij ziek werd. Waar een vluchteling een veilige haven kan vinden, zonder als misdadiger of opportunist afgeschilderd te worden. Wij zagen een land voor ons, waarin verdienste de maat is voor macht en invloed, en niet bezit. Wij zagen een land voor ons, waarin ieder kind, in elk dorp, in elke stad, in elke wijk, de kans krijgt zijn talenten te ontwikkelen. Een land waarin elke vader en elke moeder, ongeacht hun eigen inkomen, het genoegen en de trots kan beleven, om hun zoon of dochter een diploma van de universiteit in ontvangst te zien nemen.
Waar halen ze het lef vandaan, om te zeggen dat er voor deze elementaire zaken geen geld meer is? Geen geld voor fatsoen, voor waardigheid, voor onderwijs, voor schoonheid of voor natuur? Terwijl de macht van het geld nog nooit zo groot, zo onbeschaamd, zo egoïstisch is geweest.
Hoe halen ze het in hun hoofd om onze economie in handen te laten van dezelfde gokverslaafden, die ons keer op keer met hun piramidespelen bedriegen? Waar halen ze het gore lef vandaan om in onze naam te capituleren voor het materialisme?
Ik raad u aan zich te verzetten. Ik raad u aan woest te worden.”
En ook de niet uitgesproken rede van Jean Ziegler maakt indruk op mij. De tekst heb ik al eerder in mijn blog opgenomen. Woorden zijn kennelijk toch gevaarlijk. Ziegler mocht ze niet uitspreken in Salzburg. Hij zou het feestje van de materialisten, die al lang geen boodschap meer aan idealen hebben, verstoord hebben.
Onze leiders hebben geen idealen meer. Rutte heeft geen boodschap aan Griekenland. Wilders demoniseert de helft van de wereldbevolking. Het zijn geen leiders, maar marionetten en slachtoffers.
Ik zou liever leven in een land dat geleid werd door Stéphane Hessel.
“Mijn lange leven heeft mij een reeks van redenen gegeven om verontwaardigd te zijn. 93 jaar, ben ik. Dit is mijn allerlaatste etappe. Vóór ik over de streep fiets wilde ik u nog wat zeggen. Ik wil u aanraden u te verzetten. Ik wil u aanraden verontwaardigd te worden. Ik wil u aanraden verontwaardigd te worden, en verontwaardigd te blijven. Uw hele leven lang. Net zoals ik.
U bent allemaal opgegroeid in een wereld die gebouwd is op het puin van de oorlog. Opgebouwd door mensen die zo oud zouden zijn als ik - als ze nog hadden geleefd. Wij hebben voor ons land een aantal principes en waarden voorgesteld die de basis moesten vormen voor onze opbouw. Deze principes en waarden hebben we nodig - vandaag meer dan ooit.
Ik ben een van de laatste, en binnenkort is het voor mij voorbij. Het is aan U om ervoor te zorgen dat onze maatschappij een maatschappij wordt waar U trots op kan zijn.
Niet deze maatschappij van achterdocht als het gaat om immigranten, niet deze maatschappij van autochtonen en allochtonen, van legalen en illegalen, van uitzettingen en van opgegroeide kinderen die mogen blijven omdat zij per ongeluk teveel verwesterd zijn. Niet deze maatschappij waarin mensenrechten minder belangrijk zijn dan welvaart, omdat alleen dat wat geld oplevert, recht heeft om te bestaan.
Wij, veteranen van de verzetsbewegingen en van de strijdkrachten, roepen de jonge generaties op om de erfenis en de idealen van het verzet tot leven te brengen en ze door te geven. Wij zeggen tegen hen: neem onze plaats in, kom in verzet!”
Since almost four years now I have been living in The Philippines. 'It's more fun in the Philippines' says the much used tourism slogan. In many regards that is absolutely true. Daily reality has more nuances. I changed the title of my blog from 'Thoughts and Musings' into 'Mail from Manila'. From now on I will try to shed some light on situations and events here in the Philippines and -whenever I can't help myself- in other places on our globe.
Wednesday, 3 August 2011
Kom in verzet!
Labels:
Frissen,
Hessel,
idealen,
leiders,
radicalisering,
Rutte,
Salzburger Festspiele,
Verzet,
Wilders,
Ziegler
Angst en geld regeren de wereld
In Amerika zijn de politici, die zich de laatste week als kleine kinderen gedragen hebben, het uiteindelijk eens geworden over de verhoging van het schuldenplafond. Daardoor kunnen de VS hun rekeningen blijven betalen. Als het land meer leent, dan moet er natuurlijk ook meer terugbetaald worden. Om dat te kunnen moeten de overige uitgaven teruggedrongen worden of de inkomsten, zeg maar de belastingen, verhoogd worden. Of natuurlijk beide. Zwart – wit gesteld willen de democraten in de VS de belastingen verhogen en de republikeinen de uitgaven verlagen. Uiteindelijk gaat het altijd om de vraag wie de rekening moet betalen voor het feit dat we met zijn allen meer uitgeven dan we verdienen.
In Europa is het al niet anders. Daar hebben de Ieren, de Portugezen en de Grieken zoveel schuld, dat ze niet meer in staat zijn om terug te betalen. Veertien andere Europese landen helpen drie andere uit de brand. Net als de Amerikanen, moeten die drie fors bezuinigen op de uitgaven en meer geld binnen zien te halen door staatseigendommen te verkopen en belastingen te verhogen. Mede omdat ze meehelpen aan de redding van de drie, komen Spanje en Italië nu ook in de problemen. De zogeheten financiële markten betwijfelen of ze hun schulden nog wel terug kunnen betalen. En dus moeten ze meer rente betalen over het geld dat ze lenen. En daardoor komt hun bijdrage aan de redding van de drie onder druk te staan. Daar moeten dan de overige elf weer voor opdraaien.
Wat mij betreft is het prima, dat de sterken de zwakken helpen.
Minder enthousiast ben ik over de rol van degenen die speculeren op wat er gebeurt en daar dik geld aan proberen te verdienen . En nog minder enthousiast ben ik over de banken.
Dat zijn al lang geen ondernemingen meer in de traditionele zin van het woord. Het zijn de staten, die de risico’s lopen. De staten houden de banken overeind en daardoor kunnen de banken leningen blijven verstrekken. Zo houden de banken de regeringen in een wurggreep. Dat is een gecompliceerd spel. Zo ondoorzichtig, dat onze Nederlandse bewindslieden het aan onze volksvertegenwoordigers niet meer goed kunnen uitleggen. Misschien willen ze het ook niet helemaal uitleggen. Want de vraag is of onze volksvertegenwoordigers nog wel zouden instemmen met hulp aan de economisch zwakkere landen, of ze nog wel solidair willen zijn, als ze weten dat we niet alleen extra op onze uitgaven moeten beknibbelen vanwege die solidariteit, maar ook nog eens extra moeten bezuinigen om garant te staan voor eventuele verliezen van de banken. Die banken dreigen namelijk gewoon met failliet gaan. Dan verliezen burgers hun spaarcenten en breekt de pleuris uit. Bankiers krijgen in ieder geval geen hesje met ‘werkt voor de samenleving’ erop.
Als wij de welvaart echt eerlijk(er) willen (ver)delen zullen we om te beginnen de tering naar de nering moeten zetten, zodat we minder hoeven te lenen. Bij die noodzakelijke stappen terug geldt ,wat mij betreft , nog altijd dat de kwaliteit van de samenleving bepaalt wordt door de wijze waarop wij met de zwakste omgaan. Vooral degenen die zich verrijkt hebben en nog steeds verrijken aan het spel op de financiële markten moeten, om de kwaliteit van de samenleving te kunnen handhaven, een dikke rekening gepresenteerd krijgen. Wij halen allemaal onze spaarcentjes weg bij de banken en stoppen ze weer in een oude sok. Dan kunnen de banken veilig omvallen of weer echt gaan ondernemen en dus ook risico lopen. Nu leunen ze achterover en leggen het probleem bij hun klanten, bij ons, neer. En onze leiders durven ons dat niet te vertellen. Solidariteit is onze enige redding op de lange termijn, maar de banken kunnen wat mij betreft barsten.
In Europa is het al niet anders. Daar hebben de Ieren, de Portugezen en de Grieken zoveel schuld, dat ze niet meer in staat zijn om terug te betalen. Veertien andere Europese landen helpen drie andere uit de brand. Net als de Amerikanen, moeten die drie fors bezuinigen op de uitgaven en meer geld binnen zien te halen door staatseigendommen te verkopen en belastingen te verhogen. Mede omdat ze meehelpen aan de redding van de drie, komen Spanje en Italië nu ook in de problemen. De zogeheten financiële markten betwijfelen of ze hun schulden nog wel terug kunnen betalen. En dus moeten ze meer rente betalen over het geld dat ze lenen. En daardoor komt hun bijdrage aan de redding van de drie onder druk te staan. Daar moeten dan de overige elf weer voor opdraaien.
Wat mij betreft is het prima, dat de sterken de zwakken helpen.
Minder enthousiast ben ik over de rol van degenen die speculeren op wat er gebeurt en daar dik geld aan proberen te verdienen . En nog minder enthousiast ben ik over de banken.
Dat zijn al lang geen ondernemingen meer in de traditionele zin van het woord. Het zijn de staten, die de risico’s lopen. De staten houden de banken overeind en daardoor kunnen de banken leningen blijven verstrekken. Zo houden de banken de regeringen in een wurggreep. Dat is een gecompliceerd spel. Zo ondoorzichtig, dat onze Nederlandse bewindslieden het aan onze volksvertegenwoordigers niet meer goed kunnen uitleggen. Misschien willen ze het ook niet helemaal uitleggen. Want de vraag is of onze volksvertegenwoordigers nog wel zouden instemmen met hulp aan de economisch zwakkere landen, of ze nog wel solidair willen zijn, als ze weten dat we niet alleen extra op onze uitgaven moeten beknibbelen vanwege die solidariteit, maar ook nog eens extra moeten bezuinigen om garant te staan voor eventuele verliezen van de banken. Die banken dreigen namelijk gewoon met failliet gaan. Dan verliezen burgers hun spaarcenten en breekt de pleuris uit. Bankiers krijgen in ieder geval geen hesje met ‘werkt voor de samenleving’ erop.
Als wij de welvaart echt eerlijk(er) willen (ver)delen zullen we om te beginnen de tering naar de nering moeten zetten, zodat we minder hoeven te lenen. Bij die noodzakelijke stappen terug geldt ,wat mij betreft , nog altijd dat de kwaliteit van de samenleving bepaalt wordt door de wijze waarop wij met de zwakste omgaan. Vooral degenen die zich verrijkt hebben en nog steeds verrijken aan het spel op de financiële markten moeten, om de kwaliteit van de samenleving te kunnen handhaven, een dikke rekening gepresenteerd krijgen. Wij halen allemaal onze spaarcentjes weg bij de banken en stoppen ze weer in een oude sok. Dan kunnen de banken veilig omvallen of weer echt gaan ondernemen en dus ook risico lopen. Nu leunen ze achterover en leggen het probleem bij hun klanten, bij ons, neer. En onze leiders durven ons dat niet te vertellen. Solidariteit is onze enige redding op de lange termijn, maar de banken kunnen wat mij betreft barsten.
Tuesday, 2 August 2011
Werkt voor de samenleving
Mensen die een taakstraf opgelegd krijgen, dat zijn er in Nederland zo’n 30.000 per jaar, moeten die binnenkort herkenbaar uitvoeren. Ze worden verplicht een hesje te dragen met daarop de tekst: ‘Werkt voor de samenleving’ en het logo van de reclassering. Typisch weer zo’n maatregel bedacht door een ambtenaar die niets beters te doen had en die we beter met wachtgeld hadden kunnen sturen, want hij werkt niet voor de samenleving. Wat levert het de samenleving op als we de uitvoerders van taakstraffen herkenbaar maken? Wie heeft om deze maatregel gevraagd ?
In plaats van zo’n mafketel naar huis te sturen lopen we het risico dat vandaag of morgen de ene of de andere minister de maatregel openlijk staat te verdedigen. Laten we dan maar iedereen die voor de samenleving werkt verplicht in een hesje steken. Alle politiemensen, alle zorgpersoneel, alle ambtenaren, alle politici. Dan weten we tenminste zeker, dat wie geen hesje draagt alleen maar voor zichzelf bezig is. Of voor een andere samenleving. Alhoewel. Misschien moeten die ook een hesje dragen, want ze werken tenslotte ook voor DE samenleving. Als ik niet bijna zeker wist, dat het vandaag 1 augustus is zou ik gedacht hebben dat het 1 april was.
In plaats van zo’n mafketel naar huis te sturen lopen we het risico dat vandaag of morgen de ene of de andere minister de maatregel openlijk staat te verdedigen. Laten we dan maar iedereen die voor de samenleving werkt verplicht in een hesje steken. Alle politiemensen, alle zorgpersoneel, alle ambtenaren, alle politici. Dan weten we tenminste zeker, dat wie geen hesje draagt alleen maar voor zichzelf bezig is. Of voor een andere samenleving. Alhoewel. Misschien moeten die ook een hesje dragen, want ze werken tenslotte ook voor DE samenleving. Als ik niet bijna zeker wist, dat het vandaag 1 augustus is zou ik gedacht hebben dat het 1 april was.
Saturday, 30 July 2011
Wethouder Kompier zet Vaals op de (wereld)kaart
Wat de VVV met diverse campagnes maar mondjesmaat lukt, krijgt wethouder Kompier op een dinsdagmiddag in de zomer spelenderwijs voor elkaar. Vaals op de wereldkaart zetten. Eigenlijk heel eenvoudig. Gewoon even meeliften met de xenofobische ( vreemdelingenangst ) trend, die Nederland de laatste jaren kenmerkt. Hoe zit de zaak in elkaar?
1. Vaals heeft een begroting van een kleine 30 miljoen per jaar. Het dorp telt een kleine 10.000 inwoners. Daarvan hebben er 300 een uitkering. En dat zijn er 200 meer dan in vergelijkbare gemeenten. Van die 300 is 40% buitenlander en 60% dus niet. Van elke 100 nieuwe aanmelders, vragen er 9 meteen een uitkering aan. Dat hele uitkeringsgebeuren kost de gemeente per jaar bijna 10,5 miljoen euro, waarvan ze er bijna 9 terugkrijgt van de rijksoverheid. Voor de gemeente zelf resteert een dikke 1,5 miljoen euro. De 40% buitenlandse uitkeringsgerechtigden krijgen daarvan € 638.800,-, dat is € 5.323 euro per jaar per persoon. De overige 9,5 ton gaan naar Nederlandse uitkeringsgerechtigden. In Vaals zijn vele daarvan inmiddels volstrekt onbemiddelbaar. Maar dat terzijde. Je scoort niet met de mededeling dat vele Vaalsenaren te lui zijn om te werken.
2. De bevolking van Vaals is in de eerste vijf maanden van 2011 volgens het CBS met 30 personen afgenomen. Er hebben zich in die periode 90 mensen uit het buitenland in Vaals gevestigd en er zijn ook 90 personen naar het buitenland vertrokken. Ervan uitgaande dat van de 90 inkomende 9% een uitkering aanvraagt, zoals de wethouder stelt, en dat van de naar het buitenland vertrekkende niemand een uitkering had, kwamen er in de eerste vijf maanden van 2011 dus 8 zogeheten uitkeringstoeristen bij. Rechtvaardigen die het beeld, dat Vaals overspoeld wordt door uitkeringstoeristen? Extrapoleren we dat over een heel jaar, dan hebben we het in concreto over 19 gevallen. Het niet inschrijven daarvan levert de gemeente op jaarbasis een besparing op van afgerond een ton.
3. In dit hele verhaal spelen beelden een grote rol. Wat vinden Nederlanders van zichzelf? Wat vinden wij van buitenlanders? Hoe zien die buitenlanders zichzelf en hoe zien ze ons? En nog meer bepalend en hardnekkig zijn de beelden van de beelden. Hoe denken wij dat de buitenlanders ons zien? Hoe denken de buitenlanders dat wij hen zien? Woorden hebben invloed. Als ze maar verspreid worden. De woorden van wethouder Kompier zijn over de wereld verspreid en meteen waarschuwen sommige mensen voor een xenofobisch domino-effect. Vaals zou aan de wieg kunnen staan van een golf van vreemdelingenangst, die vanaf het hoogste punt van Nederland Europa als een tsunami gaat overspoelen. Maar het is eerder omgekeerd. De voorgenomen maatregel om EU-burgers, die niet zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien of onvoldoende bestaansmiddelen hebben voortaan niet meer als inwoner in te schrijven is eerder het gevolg van een al langer in Nederland waarneembare trend om buitenlanders de schuld te geven van alles wat hier niet goed gaat. Vandaag de dag kun je daar politiek wel lekker mee scoren .
4. Natuurlijk is het de verantwoordelijkheid van de wethouder van financiën om ervoor te zorgen, dat de gemeente een sluitende begroting heeft. De bezuinigingen die de Rijksoverheid doorvoert om het Nederlandse financieringstekort binnen de perken te houden hebben grote gevolgen voor die begroting. Ook gemeenten moeten fors inleveren en dus op hun uitgaven bezuinigen. En dan is het heel legitiem, dat alle uitgaven kritisch bekeken worden.
5. De uitstraling van de voorgenomen maatregel is voor een grensgemeente als Vaals, die voor een belangrijk deel leeft van de buitenlanders naar mijn mening niet gunstig. In plaats van zich als een Europese gemeente te profileren, zet Vaals alle buitenlanders neer als profiteurs en kruipt in een eng nationalistisch getint beleidsharnas. Grensgemeenten als Vaals zijn de huid van ons land. Door die huid ademt het land. De adem van Vaals stinkt!
1. Vaals heeft een begroting van een kleine 30 miljoen per jaar. Het dorp telt een kleine 10.000 inwoners. Daarvan hebben er 300 een uitkering. En dat zijn er 200 meer dan in vergelijkbare gemeenten. Van die 300 is 40% buitenlander en 60% dus niet. Van elke 100 nieuwe aanmelders, vragen er 9 meteen een uitkering aan. Dat hele uitkeringsgebeuren kost de gemeente per jaar bijna 10,5 miljoen euro, waarvan ze er bijna 9 terugkrijgt van de rijksoverheid. Voor de gemeente zelf resteert een dikke 1,5 miljoen euro. De 40% buitenlandse uitkeringsgerechtigden krijgen daarvan € 638.800,-, dat is € 5.323 euro per jaar per persoon. De overige 9,5 ton gaan naar Nederlandse uitkeringsgerechtigden. In Vaals zijn vele daarvan inmiddels volstrekt onbemiddelbaar. Maar dat terzijde. Je scoort niet met de mededeling dat vele Vaalsenaren te lui zijn om te werken.
2. De bevolking van Vaals is in de eerste vijf maanden van 2011 volgens het CBS met 30 personen afgenomen. Er hebben zich in die periode 90 mensen uit het buitenland in Vaals gevestigd en er zijn ook 90 personen naar het buitenland vertrokken. Ervan uitgaande dat van de 90 inkomende 9% een uitkering aanvraagt, zoals de wethouder stelt, en dat van de naar het buitenland vertrekkende niemand een uitkering had, kwamen er in de eerste vijf maanden van 2011 dus 8 zogeheten uitkeringstoeristen bij. Rechtvaardigen die het beeld, dat Vaals overspoeld wordt door uitkeringstoeristen? Extrapoleren we dat over een heel jaar, dan hebben we het in concreto over 19 gevallen. Het niet inschrijven daarvan levert de gemeente op jaarbasis een besparing op van afgerond een ton.
3. In dit hele verhaal spelen beelden een grote rol. Wat vinden Nederlanders van zichzelf? Wat vinden wij van buitenlanders? Hoe zien die buitenlanders zichzelf en hoe zien ze ons? En nog meer bepalend en hardnekkig zijn de beelden van de beelden. Hoe denken wij dat de buitenlanders ons zien? Hoe denken de buitenlanders dat wij hen zien? Woorden hebben invloed. Als ze maar verspreid worden. De woorden van wethouder Kompier zijn over de wereld verspreid en meteen waarschuwen sommige mensen voor een xenofobisch domino-effect. Vaals zou aan de wieg kunnen staan van een golf van vreemdelingenangst, die vanaf het hoogste punt van Nederland Europa als een tsunami gaat overspoelen. Maar het is eerder omgekeerd. De voorgenomen maatregel om EU-burgers, die niet zelf in hun levensonderhoud kunnen voorzien of onvoldoende bestaansmiddelen hebben voortaan niet meer als inwoner in te schrijven is eerder het gevolg van een al langer in Nederland waarneembare trend om buitenlanders de schuld te geven van alles wat hier niet goed gaat. Vandaag de dag kun je daar politiek wel lekker mee scoren .
4. Natuurlijk is het de verantwoordelijkheid van de wethouder van financiën om ervoor te zorgen, dat de gemeente een sluitende begroting heeft. De bezuinigingen die de Rijksoverheid doorvoert om het Nederlandse financieringstekort binnen de perken te houden hebben grote gevolgen voor die begroting. Ook gemeenten moeten fors inleveren en dus op hun uitgaven bezuinigen. En dan is het heel legitiem, dat alle uitgaven kritisch bekeken worden.
5. De uitstraling van de voorgenomen maatregel is voor een grensgemeente als Vaals, die voor een belangrijk deel leeft van de buitenlanders naar mijn mening niet gunstig. In plaats van zich als een Europese gemeente te profileren, zet Vaals alle buitenlanders neer als profiteurs en kruipt in een eng nationalistisch getint beleidsharnas. Grensgemeenten als Vaals zijn de huid van ons land. Door die huid ademt het land. De adem van Vaals stinkt!
Labels:
Kompier,
uitkeringstoeristen,
Vaals,
xenofobie
De verboden toespraak van Jean Ziegler op Salzburger Festspiele 2011
De Zwitser Jean Ziegler, die van 2000 tot 2008 de speciale VN-rapporteur voor het recht op voedsel was, had normaal de openingstoespraak moeten geven op het theater- en muziekfestival de Salzburger Festspiele. Maar de autoriteiten van Salzburg staken daar een stokje voor. Ziegler vermoedt dat sponsors Nestlé en Crédit Suisse zijn striemende toespraak niet zagen zitten.
•
Hieronder vindt u de toespraak die Jean Ziegler had willen geven.
Zeer vereerde dames en heren,
Elke vijf seconden sterft een kind jonger dan tien jaar van de honger. Elke dag verhongeren 37.000 mensen en bijna een miljard mensen zijn permanent ernstig ondervoed. In datzelfde wereldvoedselrapport van de FAO (de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN) - waar elk jaar deze cijfers in staan – is ook te lezen dat de landbouw in zijn huidige fase van ontwikkeling perfect in staat is om het dubbele van de wereldbevolking normaal te voeden.
Conclusie: er is geen objectief gebrek, er is ook geen fataliteit voor deze dagelijkse slachtpartij van de honger die in ijzige normaliteit voortgaat.
Een kind dat van honger sterft, werd vermoord.
Sterven gebeurt overal op dezelfde manier. Of het nu in de Somalische vluchtelingenkampen is, in de sloppenwijken van Karachi of de slums van Dhaka, de doodsstrijd doorloopt dezelfde etappes.
Bij ondervoede kinderen zet het verval zich na enkele dagen door. Het lichaam gebruikt eerst de suiker- en dan de vetreserves op. De kinderen worden lethargisch en dan almaar magerder. Het immuunsysteem gaat onderuit.
Diarree versnelt de uitputting. Mondontstekingen en infecties aan de ademhalingswegen veroorzaken verschrikkelijke pijnen. Dan begint de roofbouw van de spieren. De kinderen kunnen niet meer overeind blijven. Hun armen bengelen krachteloos naast hun lijf. Hun gezicht wordt als dat van oude mensen. Dan volgt de dood.
De omstandigheden die leiden tot deze duizendvoudige pijnen zijn echter gevarieerd en vaak complex.
Kijk bijvoorbeeld naar de tragedie die zich momenteel in Oost-Afrika afspeelt. In de savannes, vlakten of bergen van Ethiopië, Djibouti, Somalië en Noord-Kenia zijn 12 miljoen mensen direct met honger bedreigd. Al vijf jaar zijn de oogsten er ontoereikend. De bodem is hard als beton. Naast de droge waterputten liggen uitgedroogde runderen, geiten, ezels en kamelen. De vrouwen, kinderen of mannen die nog enige kracht hebben, zijn op weg naar de kampen die door de UNHCR, het VN-agentschap voor Vluchtelingen, zijn opgezet.
Bijvoorbeeld naar het kamp in Dadaab op Keniaans grondgebied. Daar verdringen zich al drie maanden meer dan 400.000 hongervluchtelingen. De meesten komen uit het naburige Zuid-Somalië waar de met Al Qaeda gelinkte Al-Shabaab-milities strijd leveren. Sinds juni treden dagelijks 1.500 nieuwe vluchtelingen uit de ochtendnevel. In het kamp is al lang geen plaats meer. De poort in de omheining van prikkeldraad is gesloten. Voor de poort voeren de VN-ambtenaren een selectie door. Slechts enkelingen die nog een levenskans hebben, komen er door.
Het geld voor een intraveneus dieet – dat een kind als het er niet te erg aan toe is, er in twaalf dagen kan bovenop brengen – ontbreekt. Het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN dat de voedselnoodhulp moet verzorgen, vroeg op 1 juli een bijzondere bijdrage van 180 miljoen euro aan de VN-lidstaten. Er werd slechts 62 miljoen euro gestort. Het normale budget van het Wereldvoedselprogramma bedroeg in 2008 zes miljard dollar. In 2011 is dat gezakt tot 2,8 miljard dollar.
Waarom? Omdat de rijke donorlanden – in het bijzonder de EU-landen, de VS, Canada en Australië – miljarden euro en dollar moesten betalen aan hun lokale banken: om het interbancair krediet terug op gang te brengen en om de speculatiebandieten te redden. Voor de humanitaire noodhulp en de reguliere ontwikkelingshulp bleef en blijft er bijna geen geld over.
Door de ineenstorting van de financiële markten hebben de hefboomfondsen en andere grootspeculanten zich op de landbouwgrondstoffenbeurzen gestort (zoals de Chicago Commodity Stock Exchange). Met termijncontracten en futures drijven ze de basisvoedselprijzen naar astronomische hoogten.
Een ton graan kost vandaag 270 euro op de wereldmarkt. Die prijs lag een jaar geleden ongeveer op de helft. Rijst steeg met 110 procent. Maïs met 63 procent.
Wat zijn de gevolgen? Ethiopië, noch Somalië, Djibouti of Kenia kunnen voedselvoorraden aanleggen. Hoewel de ramp al vijf jaar eerder voorspeld werd.
Daarbovenop komt nog dat de landen in de Hoorn van Afrika gebukt gaan onder hun buitenlandse schuldenlast. Voor infrastructuurwerken ontbreken de middelen. In Afrika ten zuiden van de Sahara is slechts 3,8 procent van de bebouwbare grond geïrrigeerd. In Wollo, Tigray en Shoa in het Ethiopische hoogland of in Noord-Kenia en Somalië is dat nog minder. De droogte doodt ongestoord. Deze keer zal ze vele tienduizenden slachtoffers maken.
Veel rijken, grootbankiers en CEO's van deze wereld komen samen in Salzburg. Zij zijn de veroorzakers en de meesters van de kannibalistische wereldorde.
Wat is mijn droom? De muziek, de poëzie – kortweg de kunst – brengen de mens buiten zichzelf. De kunst heeft wapens die de analytische geest niet heeft: ze prikkelt de toehoorder, dringt door de dikste betonlaag van het egoïsme, de vervreemding en de afstand.
Zij treft de mensen in hun innerlijk, beweegt hen tot onverwachte emoties. En plots breekt de verdedigingsmuur. De neoliberale winstwaan valt in stof en as.
In het bewustzijn dringt de realiteit, ook de stervende kinderen, door.
In Salzburg kunnen wonderen gebeuren: het ontwaken van de meesters van de wereld. De opstanding van het geweten.
Maar geen angst, die wonderen zullen in Salzburg niet gebeuren.
Ik word wakker. Mijn droom kan niet onrealistischer zijn. Het kapitaal is overal en altijd sterker dan de kunst. Onsterfelijke reusachtige mensen, zo noemt Noam Chomsky de concerns. Vorig jaar – zo zeggen de statistieken van de Wereldbank – controleerden de 500 grootste privébedrijven 52,8 procent van het bruto nationaal product of alles wat er in één jaar aan wereldrijkdom wordt geproduceerd.
De totaal ontketende, totaal ongecontroleerde winstmaximalisatie is hun strategie. Het maakt niet uit wie er aan het hoofd staat van het concern. Het gaat niet om zijn gevoelens of zijn kennis. Het gaat om het structurele geweld van het kapitaal. Is hij onvoldoende productief? Dan wordt hij van het directieniveau verdreven.
Tegen de ijzeren wet van de kapitaalaccumulatie zijn zelfs Beethoven en Von Hofmannsthal machteloos. “L'art pour l'art”, schreef Théophile Gautier in het midden van de 19de eeuw. De stelling van de autonome kunst die los staat van elke sociale werkelijkheid beschermt de machtigen voor hun eigen emoties en de eventuele verandering van hun hart.
De hoop ligt in de strijd van de volkeren in het Zuiden, van Egypte en Syrië tot Bolivia en in de geduldige en nauwgezette opbouw van een radicale oppositie in de westerse landen.
Kortom, in de actieve, consequente, coherente, democratische organisatie van revolutionair antigeweld. Er is leven voor de dood. De dag zal komen dat mensen met elkaar zullen leven in vrede, rechtvaardigheid, rede en vrijheid, bevrijd van de angst voor materiële nood.
Moeder Courage, uit het gelijknamige toneelstuk van Bertolt Brecht legt die hoop uit aan haar kinderen:
“Es kommt der Tag, da wird sich wenden.
Das Blatt für uns, er ist nicht fern.
Da werden wir, das Volk, beenden
Den großen Krieg der großen Herrn.
Die Händler, mit all ihren Bütteln
Und ihrem Kriegs- und Totentanz
Sie wird auf ewig von sich schütteln
Die neue Welt des g‘meinen Manns.
Es wird der Tag, doch wann er wird,
Hängt ab von mein und deinem Tun.
Drum wer mit uns noch nicht marschiert,
Der mach’ sich auf die Socken nun."
Dank u,
Jean Ziegler
Overgenomen van: Janbontje.web-log.nl
•
Hieronder vindt u de toespraak die Jean Ziegler had willen geven.
Zeer vereerde dames en heren,
Elke vijf seconden sterft een kind jonger dan tien jaar van de honger. Elke dag verhongeren 37.000 mensen en bijna een miljard mensen zijn permanent ernstig ondervoed. In datzelfde wereldvoedselrapport van de FAO (de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN) - waar elk jaar deze cijfers in staan – is ook te lezen dat de landbouw in zijn huidige fase van ontwikkeling perfect in staat is om het dubbele van de wereldbevolking normaal te voeden.
Conclusie: er is geen objectief gebrek, er is ook geen fataliteit voor deze dagelijkse slachtpartij van de honger die in ijzige normaliteit voortgaat.
Een kind dat van honger sterft, werd vermoord.
Sterven gebeurt overal op dezelfde manier. Of het nu in de Somalische vluchtelingenkampen is, in de sloppenwijken van Karachi of de slums van Dhaka, de doodsstrijd doorloopt dezelfde etappes.
Bij ondervoede kinderen zet het verval zich na enkele dagen door. Het lichaam gebruikt eerst de suiker- en dan de vetreserves op. De kinderen worden lethargisch en dan almaar magerder. Het immuunsysteem gaat onderuit.
Diarree versnelt de uitputting. Mondontstekingen en infecties aan de ademhalingswegen veroorzaken verschrikkelijke pijnen. Dan begint de roofbouw van de spieren. De kinderen kunnen niet meer overeind blijven. Hun armen bengelen krachteloos naast hun lijf. Hun gezicht wordt als dat van oude mensen. Dan volgt de dood.
De omstandigheden die leiden tot deze duizendvoudige pijnen zijn echter gevarieerd en vaak complex.
Kijk bijvoorbeeld naar de tragedie die zich momenteel in Oost-Afrika afspeelt. In de savannes, vlakten of bergen van Ethiopië, Djibouti, Somalië en Noord-Kenia zijn 12 miljoen mensen direct met honger bedreigd. Al vijf jaar zijn de oogsten er ontoereikend. De bodem is hard als beton. Naast de droge waterputten liggen uitgedroogde runderen, geiten, ezels en kamelen. De vrouwen, kinderen of mannen die nog enige kracht hebben, zijn op weg naar de kampen die door de UNHCR, het VN-agentschap voor Vluchtelingen, zijn opgezet.
Bijvoorbeeld naar het kamp in Dadaab op Keniaans grondgebied. Daar verdringen zich al drie maanden meer dan 400.000 hongervluchtelingen. De meesten komen uit het naburige Zuid-Somalië waar de met Al Qaeda gelinkte Al-Shabaab-milities strijd leveren. Sinds juni treden dagelijks 1.500 nieuwe vluchtelingen uit de ochtendnevel. In het kamp is al lang geen plaats meer. De poort in de omheining van prikkeldraad is gesloten. Voor de poort voeren de VN-ambtenaren een selectie door. Slechts enkelingen die nog een levenskans hebben, komen er door.
Het geld voor een intraveneus dieet – dat een kind als het er niet te erg aan toe is, er in twaalf dagen kan bovenop brengen – ontbreekt. Het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de VN dat de voedselnoodhulp moet verzorgen, vroeg op 1 juli een bijzondere bijdrage van 180 miljoen euro aan de VN-lidstaten. Er werd slechts 62 miljoen euro gestort. Het normale budget van het Wereldvoedselprogramma bedroeg in 2008 zes miljard dollar. In 2011 is dat gezakt tot 2,8 miljard dollar.
Waarom? Omdat de rijke donorlanden – in het bijzonder de EU-landen, de VS, Canada en Australië – miljarden euro en dollar moesten betalen aan hun lokale banken: om het interbancair krediet terug op gang te brengen en om de speculatiebandieten te redden. Voor de humanitaire noodhulp en de reguliere ontwikkelingshulp bleef en blijft er bijna geen geld over.
Door de ineenstorting van de financiële markten hebben de hefboomfondsen en andere grootspeculanten zich op de landbouwgrondstoffenbeurzen gestort (zoals de Chicago Commodity Stock Exchange). Met termijncontracten en futures drijven ze de basisvoedselprijzen naar astronomische hoogten.
Een ton graan kost vandaag 270 euro op de wereldmarkt. Die prijs lag een jaar geleden ongeveer op de helft. Rijst steeg met 110 procent. Maïs met 63 procent.
Wat zijn de gevolgen? Ethiopië, noch Somalië, Djibouti of Kenia kunnen voedselvoorraden aanleggen. Hoewel de ramp al vijf jaar eerder voorspeld werd.
Daarbovenop komt nog dat de landen in de Hoorn van Afrika gebukt gaan onder hun buitenlandse schuldenlast. Voor infrastructuurwerken ontbreken de middelen. In Afrika ten zuiden van de Sahara is slechts 3,8 procent van de bebouwbare grond geïrrigeerd. In Wollo, Tigray en Shoa in het Ethiopische hoogland of in Noord-Kenia en Somalië is dat nog minder. De droogte doodt ongestoord. Deze keer zal ze vele tienduizenden slachtoffers maken.
Veel rijken, grootbankiers en CEO's van deze wereld komen samen in Salzburg. Zij zijn de veroorzakers en de meesters van de kannibalistische wereldorde.
Wat is mijn droom? De muziek, de poëzie – kortweg de kunst – brengen de mens buiten zichzelf. De kunst heeft wapens die de analytische geest niet heeft: ze prikkelt de toehoorder, dringt door de dikste betonlaag van het egoïsme, de vervreemding en de afstand.
Zij treft de mensen in hun innerlijk, beweegt hen tot onverwachte emoties. En plots breekt de verdedigingsmuur. De neoliberale winstwaan valt in stof en as.
In het bewustzijn dringt de realiteit, ook de stervende kinderen, door.
In Salzburg kunnen wonderen gebeuren: het ontwaken van de meesters van de wereld. De opstanding van het geweten.
Maar geen angst, die wonderen zullen in Salzburg niet gebeuren.
Ik word wakker. Mijn droom kan niet onrealistischer zijn. Het kapitaal is overal en altijd sterker dan de kunst. Onsterfelijke reusachtige mensen, zo noemt Noam Chomsky de concerns. Vorig jaar – zo zeggen de statistieken van de Wereldbank – controleerden de 500 grootste privébedrijven 52,8 procent van het bruto nationaal product of alles wat er in één jaar aan wereldrijkdom wordt geproduceerd.
De totaal ontketende, totaal ongecontroleerde winstmaximalisatie is hun strategie. Het maakt niet uit wie er aan het hoofd staat van het concern. Het gaat niet om zijn gevoelens of zijn kennis. Het gaat om het structurele geweld van het kapitaal. Is hij onvoldoende productief? Dan wordt hij van het directieniveau verdreven.
Tegen de ijzeren wet van de kapitaalaccumulatie zijn zelfs Beethoven en Von Hofmannsthal machteloos. “L'art pour l'art”, schreef Théophile Gautier in het midden van de 19de eeuw. De stelling van de autonome kunst die los staat van elke sociale werkelijkheid beschermt de machtigen voor hun eigen emoties en de eventuele verandering van hun hart.
De hoop ligt in de strijd van de volkeren in het Zuiden, van Egypte en Syrië tot Bolivia en in de geduldige en nauwgezette opbouw van een radicale oppositie in de westerse landen.
Kortom, in de actieve, consequente, coherente, democratische organisatie van revolutionair antigeweld. Er is leven voor de dood. De dag zal komen dat mensen met elkaar zullen leven in vrede, rechtvaardigheid, rede en vrijheid, bevrijd van de angst voor materiële nood.
Moeder Courage, uit het gelijknamige toneelstuk van Bertolt Brecht legt die hoop uit aan haar kinderen:
“Es kommt der Tag, da wird sich wenden.
Das Blatt für uns, er ist nicht fern.
Da werden wir, das Volk, beenden
Den großen Krieg der großen Herrn.
Die Händler, mit all ihren Bütteln
Und ihrem Kriegs- und Totentanz
Sie wird auf ewig von sich schütteln
Die neue Welt des g‘meinen Manns.
Es wird der Tag, doch wann er wird,
Hängt ab von mein und deinem Tun.
Drum wer mit uns noch nicht marschiert,
Der mach’ sich auf die Socken nun."
Dank u,
Jean Ziegler
Overgenomen van: Janbontje.web-log.nl
Labels:
Salzzburger Festspiele,
Ziegler
Friday, 29 July 2011
Hunde, wollt ihr ewig leben?
De Ieren hadden een speciale plaats in mijn hart. Ik bewonderde vooral hun vermogen om het leven op humoristische wijze te relativeren. De ontdekking van het wilde westen door Columbus had grote gevolgen voor de positie van de Ieren in Europa. Voor Columbus was Ierland het wilde westen. Na Columbus hoorden ze er plotseling bij. En nu lopen ze voorop. In 2004 kondigde Ierland als eerste land ter wereld een nationaal rookverbod af. De huidige minister van Volksgezondheid, Reilly – ooit huisarts, wil nu het roken in auto’s strafbaar maken als er ook kinderen meerijden.
Ik maak me al jaren grote zorgen over de steeds maar toenemende bemoeizucht van de preventiestaat, die maakt dat het leven veel van zijn charme verliest. Het lijkt erop, dat bestuurders en politici zo weinig invloed op de grote wereldproblemen kunnen uitoefenen, dat ze zich terugtrekken in hun eigen bastions en zich daar vooral bemoeien met de privézaken van de burgers. De overheid bepaalt voor ons wat levenskwaliteit is. Alles lijkt erop gericht te zijn het leven zo lang mogelijk te laten duren, het risicoloos te maken. ‘Hunde, wollt ihr ewig leben?’, spookt door mijn hoofd. Van leven ga je vroeg of laat dood. Dat staat ( nog ) vast. Kwantiteit van leven is belangrijker geworden dan kwaliteit.
Toen de Ieren nog wild waren hadden ze, zoals alle wilden, een hekel aan wetten en regels. Het was een zooitje ongeregeld. Spannend, avontuurlijk, vol verrassingen.
Waar zijn we nu aangeland?
In de hoofden van sommigen wonen in de ecologisch verantwoorde en duurzame samenleving van de toekomst exact zoveel mensen als de biotoop toelaat, die alleen nog elektrisch aangedreven voer- , vaar- en vliegtuigen gebruiken, waarvan de batterijen opgeladen worden met zonne - of windenergie, die allemaal niet roken, minstens een half uur per dag bewegen, een gezond gewicht hebben, er een mediterraan voedingspatroon op na houden met veel groente, fruit, vis, noten, volkoren producten, plantaardige vetten, weinig vlees en matig alcoholgebruik, zich keurig aan de maximum snelheid van 50 kilometer per uur houden , een geperfectioneerd systeem van geboorteplanning en – regeling kennen, allemaal hoog opgeleid zijn en een levensverwachting van 95 jaar hebben. En ze leefden nog lang en gelukkig. Ik hoop ver voor die tijd aangebroken is dood te zijn.
Ik maak me al jaren grote zorgen over de steeds maar toenemende bemoeizucht van de preventiestaat, die maakt dat het leven veel van zijn charme verliest. Het lijkt erop, dat bestuurders en politici zo weinig invloed op de grote wereldproblemen kunnen uitoefenen, dat ze zich terugtrekken in hun eigen bastions en zich daar vooral bemoeien met de privézaken van de burgers. De overheid bepaalt voor ons wat levenskwaliteit is. Alles lijkt erop gericht te zijn het leven zo lang mogelijk te laten duren, het risicoloos te maken. ‘Hunde, wollt ihr ewig leben?’, spookt door mijn hoofd. Van leven ga je vroeg of laat dood. Dat staat ( nog ) vast. Kwantiteit van leven is belangrijker geworden dan kwaliteit.
Toen de Ieren nog wild waren hadden ze, zoals alle wilden, een hekel aan wetten en regels. Het was een zooitje ongeregeld. Spannend, avontuurlijk, vol verrassingen.
Waar zijn we nu aangeland?
In de hoofden van sommigen wonen in de ecologisch verantwoorde en duurzame samenleving van de toekomst exact zoveel mensen als de biotoop toelaat, die alleen nog elektrisch aangedreven voer- , vaar- en vliegtuigen gebruiken, waarvan de batterijen opgeladen worden met zonne - of windenergie, die allemaal niet roken, minstens een half uur per dag bewegen, een gezond gewicht hebben, er een mediterraan voedingspatroon op na houden met veel groente, fruit, vis, noten, volkoren producten, plantaardige vetten, weinig vlees en matig alcoholgebruik, zich keurig aan de maximum snelheid van 50 kilometer per uur houden , een geperfectioneerd systeem van geboorteplanning en – regeling kennen, allemaal hoog opgeleid zijn en een levensverwachting van 95 jaar hebben. En ze leefden nog lang en gelukkig. Ik hoop ver voor die tijd aangebroken is dood te zijn.
Labels:
Ierland,
kwaliteit van leven,
preventiestaat,
roken
Spiegelpaleis Europa
Het nieuws van vandaag biedt mij weinig aanknopingspunten. Naar aanleiding van het labyrint in de gerestaureerde St.Gerlachuskerk in Houthem heb ik even gekeken naar de herkomst van het labyrint in het algemeen ( Daedalus, de vader van Icarus , ontwierp er een voor koning Minos, die er de Minotaurus in opsloot ) en naar dat van de kathedraal in Amiens in het bijzonder, waar ik al snel stuitte op de swastika in het vloermotief van die kathedraal en het onderwerp toen maar voor gezien hield. De jeugdoverlast dan? Veel spierballentaal en een ontevreden twitterende burgemeester van Meerssen, die betoogt dat er met geen woord gerept wordt over de aandacht die zijn gemeente aan preventie besteedt, terwijl dat in het commentaar met de titel ‘spierballen’ wel degelijk gebeurd. Jeugdoverlast hoort bij een vergrijzende samenleving en een gebrek aan voorzieningen specifiek voor de leeftijdscategorie tussen pakweg 13 en 20 jaar. Allemaal oud nieuws.
En vandaag wordt ook duidelijk ( wat ik gisteren al schreef) , dat het tegengaan van uitkeringstoerisme in Vaals enkel betrekking kan hebben op uitkeringstoeristen uit andere EU – landen. Die vermaledijde buitenlanders.
De middag heb ik besteed aan het uitlezen van een boek van Joep Leerssen met de titel: ‘Spiegelpaleis Europa, Europese cultuur als mythe en beeldvorming’, dat in mei van dit jaar verschenen is. Interessante literatuur. Leerssen heeft in Aken gestudeerd. Vergelijkende literatuurwetenschap en daarbinnen de Imagologie is zijn vakgebied. Kort samengevat handelt het boek over Europees identiteitsbesef. Leerssen ziet het thematiseren daarvan als een belangrijk tegengif tegen het denken in nationale categorieën . De wereld en ook Europa is te complex om ze (het) met eenvoudige wij - zij tegenstellingen te verklaren en de beeldvorming over nationale identiteiten is partieel, veranderlijk en intern tegenstrijdig, hetgeen die identiteiten nogal betrekkelijk en onbeduidend maakt. Hardnekkige beelden blijven onze mening over anderen beïnvloeden en het omgekeerde geldt evenzeer. Hoe zien we onszelf en hoe zien de anderen ons? Kunnen we , na 1989, een nieuwe Europese identiteit ontwikkelen? Een grote uitdaging voor Europa! Niet in de laatste plaats waarschuwt Leerssen voor de gevolgen van het de laatste tijd weer sterk in opkomst zijnde nationalisme. Daarom ga ik me nu maar verdiepen in een ander werk van zijn hand: ‘Nationaal denken in Europa, een cultuurhistorische schets’. Een leven lang leren, meer vragen en minder beweren.
En vandaag wordt ook duidelijk ( wat ik gisteren al schreef) , dat het tegengaan van uitkeringstoerisme in Vaals enkel betrekking kan hebben op uitkeringstoeristen uit andere EU – landen. Die vermaledijde buitenlanders.
De middag heb ik besteed aan het uitlezen van een boek van Joep Leerssen met de titel: ‘Spiegelpaleis Europa, Europese cultuur als mythe en beeldvorming’, dat in mei van dit jaar verschenen is. Interessante literatuur. Leerssen heeft in Aken gestudeerd. Vergelijkende literatuurwetenschap en daarbinnen de Imagologie is zijn vakgebied. Kort samengevat handelt het boek over Europees identiteitsbesef. Leerssen ziet het thematiseren daarvan als een belangrijk tegengif tegen het denken in nationale categorieën . De wereld en ook Europa is te complex om ze (het) met eenvoudige wij - zij tegenstellingen te verklaren en de beeldvorming over nationale identiteiten is partieel, veranderlijk en intern tegenstrijdig, hetgeen die identiteiten nogal betrekkelijk en onbeduidend maakt. Hardnekkige beelden blijven onze mening over anderen beïnvloeden en het omgekeerde geldt evenzeer. Hoe zien we onszelf en hoe zien de anderen ons? Kunnen we , na 1989, een nieuwe Europese identiteit ontwikkelen? Een grote uitdaging voor Europa! Niet in de laatste plaats waarschuwt Leerssen voor de gevolgen van het de laatste tijd weer sterk in opkomst zijnde nationalisme. Daarom ga ik me nu maar verdiepen in een ander werk van zijn hand: ‘Nationaal denken in Europa, een cultuurhistorische schets’. Een leven lang leren, meer vragen en minder beweren.
Labels:
Europa,
imagologie,
jeugdoverlast,
Joep Leerssen,
spiegelpaleis,
St.gerlachuskerk
Subscribe to:
Posts (Atom)